Archieven

Even rustig aan

anke

Het tempo waarin de stukjes op haar weblog verschijnen loopt wat terug. Dat komt, zo schrijft Anke, omdat ze zo weinig meemaakt. Ze is de meeste tijd binnen en eigenlijk komt ze alleen buiten om naar een afspraak te gaan.

23 oktober 2006

Zaai

Het is nogal rustig op mijn weblog. Dat komt omdat ik – nu de bestralingsperiode voorbij is – maar weinig meemaak. Helaas gebeuren er niet meteen wonderen; het Grote Vervelen Wachten is nu dus begonnen. Als ik voor iedere keer dat ik de cliché-uitdrukking ‘stapje voor stapje’ gehoord heb een euro had gekregen, was ik nu stinkend rijk geweest. Maar het is natuurlijk wel waar.
Ik kijk veel Oprah en Dr. Phil. De Amerikaanse soapseries sla ik vooralsnog gelukkig over. Wel heb ik vandaag, ter overbrugging, het programma Food & Fit gezien. Net vroeg S. voordat hij boodschappen ging doen of ik interesse had in een Dames vrije-tijdsbroek van de Bas, in de aanbieding voor vijf euro…

Op dinsdag 24 oktober gaan we weer naar Rotterdam. De laatste tijd gaan we vaker met de trein in plaats van met de auto. Ik ben toch wat onzeker als ik op vreemd terrein moet rijden en in Rotterdam weet ik nagenoeg niet waar ik zit als ik met de auto ben. Ik word maar niet echt eigen aan de stad en heb het niet zo op de trams. Bovendien ben ik door alle gebeurtenissen erg gespannen en juist met spanning en stress kan ik niet meer omgaan. De rek is eruit.

Als ik met de trein reis denk ik wel eens dat ik liever met de auto zou zijn gegaan, zeker als we vertraging hebben. Een kleine picknick bij parkeerplek Streepland geeft een beetje het gevoel van een dagje uit met zijn tweeën. En je hoeft niet over te stappen. Maar als ik met de auto rijd en in een file terechtkom zou ik liever de trein hebben genomen. Niets hoeven te doen dan alleen maar naar buiten kijken of de krant lezen. Het is dan ook een uitje voor degenen die niet iedere dag zover moeten reizen. Het is net als in een file of bij de kassa; voor je gevoel sta je vaak in de verkeerde rij. Dort wo du nicht bist ist das Glück, luidt een Duitse uitdrukking en zo is het maar net. In ieder geval maakt het financieel niet veel uit. Twee treinkaartjes met korting kosten ongeveer net zoveel als de benzine en het parkeren in Rotterdam.

Van de kaart

Hoewel ik al lang niet meer zo kritisch naar beterschapskaarten kijk als een paar weken geleden (S. zegt dat ik milder geworden ben, dus dan weet u dat alvast…) wil ik toch even de aandacht vestigen op een kaart die ik onlangs kreeg met op de voorkant een tekst die mijn (huidige) gemoedstoestand wel heel goed weergeeft:

I have to disagree with the notion that we learn something new everyday.
I think I’ve had several days in a row where I haven’t learned anything and even forgotten some things.

Anke is onmiskenbaar veranderd. Ze is inderdaad veel milder geworden en maakt zich om weinig dingen nog druk. Ook zijn de gesprekken met Stijn en met ons minder heftig. Anke heeft na de operatie een keer gezegd dat ze ook al eerder sommige dingen goed kon relativeren, ze was bijvoorbeeld wars van uiterlijk vertoon, ze hoefde niet de duurste spullen, geen dikke auto, etc. Ze had de ziekte en de operatie niet nodig gehad om tot een bepaald besef te komen. Het feit dat ze onafhankelijk was, dat ze haar werk met plezier deed, dat ze Stijn had en leuke vrienden, dat ze kon reizen, waren voor haar voldoende. En dat alle geld en goed van weinig waarde zijn als je niet gezond bent, had haar door deze gebeurtenissen niet nog eens extra hoeven worden ingepeperd, zo vond ze. Dat wist ze zonder haar ziekte ook wel. De teksten op de beterschapkaarten maken haar niet meer boos, ook al omdat de meeste mensen nu toch wel even nadenken bij wat ze opschrijven en opmerkingen over weer gewoon kunnen eten bijvoorbeeld achterwege laten.

Omdat Anke nog steeds niet veel kan praten doen we een paar spelletjes Scrabble, haar favoriete spel. Ze wint een paar keer en gaat daarna op bed liggen om wat uit te rusten. In de tussentijd kunnen Annie en ik even een paar boodschappen doen bij de Bas, vlakbij om de hoek. In de winkel is het meestal erg druk en de kans dat je er autochtone Nederlanders tegenkomt is net zo klein als bij ons in het dorp allochtone Nederlanders. Ons dorp is nogal wit, ondanks het feit dat er even buiten de bebouwde kom een asielzoekerscentrum ligt. Maar misschien ligt het er ook aan omdat we thuis meestal naar een andere supermarkt gaan.

Als Anke weer beneden komt, kijken we samen naar de dvd Deep Blue met prachtige beelden van het leven in de zee. Anke heeft hem al eerder gezien en is erg onder de indruk van de mooie opnames en wil hem ons ook laten zien. De beelden zijn inderdaad prachtig en indrukwekkend maar meer dan anderhalf uur vind ik wel wat veel van het goede. Maar dat is waarschijnlijk omdat ik niet zoveel heb met zeedieren.

Als we ’s avonds weer naar huis terug treinen hebben we niet meteen plaats. Tot Dordrecht moeten we staan en ook moet de trein onderweg een paar keer stoppen. Met als gevolg dat we in Eindhoven de aansluiting naar het zuiden missen. En dat heeft weer tot gevolg dat ik in Roermond bijna een uur moet wachten voordat ik de trein naar Echt kan nemen. Want ’s avonds rijdt deze trein maar één keer per uur en hij is natuurlijk al vertrokken als we aankomen.

Vooruit?

25 oktober 2006

Millimeterwerk

Vandaag weer naar meneer Flapdrol, die ik bij deze trouwens meneer Flapdrol af wil verklaren en gewoon meneer K. ga noemen, want de mondopening is met 5 millimeter gestegen naar 2.1 centimeter. De oefeningen werpen dus vruchten af!

Verder ben ik er vandaag achter gekomen waar meneer K. mij aan doet denken: hij is net Martin Gaus, maar dan voor mensen. Elke keer als we een oefening doen en ik het een beetje zwaar krijg (eigenhandig je mondopening oprekken is niet niks tenslotte…), zegt meneer K: “Kom maarrr. Kom maarrr. Kom maarr.”

Leuk is de reactie van een trouwe lezer die vraagt of Anke gaat kwispelen als meneer K. zegt: “Kom maarrr.” En spottend voegt Anke eraan toe dat de tong uit de bek steken er in ieder geval niet meer inzit. Knap dat ze van de ellende nog een grap weet te maken. Sommigen denken misschien dat het niet past om grappen te maken als zoiets ernstigs hebt, maar ik kan me voorstellen dat juist het maken van grappen over of spotten met je situatie ertoe bijdraagt om het dragelijk te houden.

Vandaag bestel ik via internet een navigator die me zal helpen de weg te vinden als ik naar en door Rotterdam rijd. Een steuntje in de rug kan ik ook wat dat betreft goed gebruiken. Vroeger reed ik overal naar toe, zonder navigator. Of het nou naar Zeeland of naar Zuid-Frankrijk was, ik reed graag. Annie en de kinderen moeten toch wel een onbeperkt vertrouwen in mijn rijkunsten hebben gehad, want ze lagen vaker met zijn drieën naast en achter me te slapen. Dat was in ieder geval prettiger rijden dan wanneer de kinderen ruzie maakten, liefst precies op het moment dat we na een lange reis de ene of andere buitenlandse  grote stad binnenreden en ik dan toch wel wat gespannen was, omdat ik er de weg niet wist. Meestal moet je er dan weer uit op weg naar de camping in een of ander dorpje in de buurt. En nooit staat zo’n dorpje op de wegwijzers in de stad natuurlijk.

De laatste tijd ben ik helemaal niet meer zo zeker van mezelf, ook in de auto niet maar dankzij de navigator voel ik me weer echt op mijn gemak, ook als ik op onbekend terrein moet rijden. Je kunt je helemaal op het verkeer concentreren en hoeft niet zo op de wegwijzers te letten. Je hoeft niet te zoeken want de afslagen die je moet nemen om op plaats van bestemming te komen, worden je voorgezegd. In het begin probeer ik verschillende routes door de instellingen van het apparaat te wijzigen van “veel autoweg” naar “weinig autoweg” of omgekeerd totdat ik de route vind die me het beste ligt en die ik goed kan onthouden. Helaas loop ik in de komende tijd een paar bekeuringen op wegens te hard rijden, maar dat mag de pret niet drukken. In ieder geval let je dan toch weer wat beter op de borden die langs de snelweg of in de stad de snelheidsbeperkingen aangeven. Ook kan het apparaat een signaal laten horen als je bijvoorbeeld de honderd kilometer per uur overschrijdt en dat is weer handig omdat onderweg op een aantal plekken een maximumsnelheid van 100 km/u geldt. Vooral ook als ik ’s avonds in de regen de stad uitrij ervaar ik het gemak van het apparaat. Ruim van tevoren weet je al waar je moet voorsorteren.

Wat een uitvinding is zo’n ding toch en hoe vaker ik hem gebruik, hoe enthousiaster ik word. Ik mijn persoonlijke top drie van beste aankopen stijgt het apparaat met stip naar de tweede plek – achter de aankoop van onze huidige woning.

Toen Anke een jaar of twaalf, dertien was zijn we naar deze woning verhuisd. We waren erg in onze nopjes; een vrijstaand huis in een rustige omgeving. Weliswaar aan het spoor, maar aan de voorbijrijdende treinen waren we snel gewend. Zo zeer dat opviel als ze niet meer reden vanwege werkzaamheden of bij een staking. We hebben nog een foto van de kinderen slapend op een matras in een verder lege kamer waarop ze lagen in de laatste nacht voor de verhuizing.

Anke en Toine hadden er een fijne jeugd. Een rustige straat met veel kinderen in de buurt, waarmee ze naar hartenlust konden spelen. Veel plekjes met groen, de meeste mensen hadden een tuin, voetbalvelden en zwembad aan de overkant van de straat. Zelfs een friture om de hoek, dat was ook wel eens handig. En de scholen ook op loopafstand.

Een buurvrouw van toen geeft een foto mee waarop Anke samen met haar zoontje speelt toen ze nog maar pas op de basisschool zaten. Anke zet de foto op de schouw in de achterkamer tussen de kaarten die ze kreeg in de afgelopen periode en denkt met weemoed terug aan die onbezorgde tijd. Op een dag is de foto verdwenen en we hebben hem nooit meer teruggezien.

Op de voorlaatste dag van oktober  verschijnt

Ziek & zwak?

Van S. hoorde ik gisteren dat Jan Marijnissen een tijdje geleden een (soort?) hartaanval heeft gehad, hetgeen zijn woordvoerder destijds ontkende omdat men Marijnissen door die aanval wel eens met ‘zwak leiderschap’ zou kunnen associëren. Partijgenoten reageren terughoudend nu het nieuws naar buiten is gekomen. Ik vind het maar vreemd, die geheimzinnigheid. Alsof Marijnissen iets slechts gedaan heeft… En waarom wordt aan ‘ziek’ meteen ‘zwak’ verbonden? Het zou toch ook kunnen dat iemand juist alleen maar sterker wordt door zo’n gebeurtenis?

Ik kan me goed voorstellen dat Anke het juist voor Marijnissen opneemt als men denkt dat hij door een (soort?) hartaanval belemmerd wordt bij het uitoefenen van zijn werkzaamheden. Ze wil natuurlijk niet ook zelf worden gezien als ‘ziek en zwak’. Dit ondanks de ernst van haar situatie, die vele malen precairder is dan de situatie waarin Jan Marijnissen verkeert. Ze wil voor vol worden aangezien en wil niet denken aan de handicaps die ze moet overwinnen om haar werk te kunnen blijven doen. En ze wil natuurlijk ook zelf sterker uit deze nare geschiedenis komen. Het is maar alvast dat iedereen het weet, zo lijkt me wil ze zeggen.

Natuurlijk heeft ze gelijk: Als je ziek bent geweest wil je niet dat iedereen je niet voor vol aanziet, maar juist in de politiek wordt van mensen verwacht dat ze alleskunners zijn. Net alsof ze niet (ernstig) ziek zouden kunnen worden, of hun partner. Ook politici hebben kinderen die ze willen zien opgroeien. Toen de kinderen nog klein waren heeft vooral Annie voor ze moeten zorgen omdat ik het erg druk had met school. Ofschoon ik toen van mening was dat het niet anders kon, heb ik er nu wel spijt van dat ik vaak laat thuis kwam. Dan was er weer eens een belangrijke vergadering juist op de verjaardag van een van de kinderen. Ik had gewoon éérder naar huis moeten gaan in plaats van later. Toen was ik echter nog van mening dat ik door mijn aanwezigheid beslissingen kon beïnvloeden. Ik vond dat ik het niet kon maken om niet aanwezig te zijn, om eerder weg te gaan, om een aantal werkzaamheden dan maar niet te doen of  een paar stapels schriften maar niet na te kijken. En dan te bedenken dat tegenwoordig gewoon tegen leerkrachten gezegd wordt dat nakijken niet meer hoeft. “Je merkt wel of ze het begrepen hebben als ze de toets maken”, krijg je te horen. Ja, ja, over vier of vijf weken zeker. Dan is het te laat, vind ik. Tijden veranderen en inzichten ook. Maar of ze ten goede veranderen, dat is nog maar de vraag.

In ieder geval heb ik wel eens van Anke het verwijt gekregen dat ik meer met andere kinderen bezig was dan met haar of Toine en het verwijt doet pijn. Zeker nú en zeker ook omdat het misschien wel terecht was. Maar toen was ik van mening dat ik niet anders kon. Meer dan eens zei ik dan verontwaardigd tegen Annie als die klaagde over tijd die in schoolse zaken werd geïnvesteerd: “Maar we eten er toch ook met zijn allen van!”

Maar om nog even op Jan Marijnissen terug te komen. Juist op het moment dat ik dit schrijf heeft de SP een nieuwe fractieleider, omdat Jan om gezondheidsredenen een stapje terug doet. Een verstandige beslissing vind ik en met Agnes Kant zal de partij ook wel floreren. Ooit heb ik gedacht dat Anke ook nog eens in de politiek terecht zou kunnen komen. Haar studie Politicologie zou haar daarbij goed van pas zijn gekomen, discussiëren kon ze altijd al als de beste en vasthoudend was ze ook en politiek geëngageerd zeker. Maar na haar ziekte zou dat wellicht niet meer tot de mogelijkheden behoord hebben. Want kiezers willen niet iemand met een vlekje. Toch?

Filosofie

Duwtje in de rug

En over ziek & zwak? gesproken… gisteren voor het eerst sinds maanden weer eens een stukje gefietst. Het aanvankelijk beoogde doel, een museumpje op Katendrecht, haalde ik nog niet (de Erasmusbrug leek me in deze fase niet eh… overbrugbaar) dus naar het park bij de Euromast en omgeving uitgeweken, maar verder ging het boven verwachting goed. Misschien ook omdat Sim. zo lief was me op bepaalde momenten (wind tegen, bergop) een duwtje in de rug te geven.

Het deed mij eraan denken hoe S. en ik deze zomer, toen ik na de diagnose dat ‘het kwaadaardig was’ in allerijl allerlei onderzoeken moest ondergaan, telkens op de fiets naar het Erasmus MC crossten. Hij voor-, ik achterop. Soms wel twee keer op een dag. De zon scheen. Als je niet beter geweten had, waren we net een normaal stel, op weg naar een terrasje of zo. Want ondanks het slechte nieuws waren we redelijk blijmoedig, alsof we de hele wereld aankonden. En eigenlijk zijn we dat deze hele periode, op een enkel moment na, ook wel gebleven.

Veel mensen vinden het knap dat we er ons op deze manier doorheen geslagen hebben, maar het ging gewoon vanzelf. We konden niet anders. Pas nu ik me fysiek weer wat beter begin te voelen, merk ik dat het steeds moeilijker wordt die blijmoedigheid te bewaren. Mijn onzekerheid over waar dit schip gaat stranden, neemt toe. Zal ik me ooit weer helemaal goed voelen? Zal mijn spraak zich voldoende herstellen om in de journalistiek te kunnen blijven werken? Hoe zal het met eten gaan? Misschien ook omdat herstellen zo langzaam gaat. En ik niet weet wat en wanneer het eindpunt is…

Het is de eerste keer dat Anke openlijk twijfelt aan een “goede” afloop. Erg begrijpelijk en vreemd is alleen dat ze niet eerder twijfels heeft uitgesproken. Optimisme is broodnodig bij deze ziekte, maar je moet het natuurlijk wel allemaal maar kunnen opbrengen. Ik heb bewondering voor Anke en voor Stijn, hoe ze zich hier doorheen hebben geslagen. Ook al schrijft Anke niet eerder over haar angsten op haar log, ze heeft ongetwijfeld ook haar momenten van zorg, van pijn en angst gehad. Maar ze heeft tegen ons en vele anderen niets laten merken. Ze heeft nooit geklaagd en door haar moedige houding ons misschien wel meer gesteund dan wij haar. Ze heeft alle pijn na de operatie doorstaan. Ze heeft dapper aan alle wensen van de hulpverleners voldaan, therapieën gevolgd, adviezen in praktijk gebracht, 33 bestralingen ondergaan. Gelukkig heeft Stijn haar daarbij ontzettend geholpen. Niet iedereen zou het kunnen opbrengen om steeds maar weer voor haar klaar te staan, haar te verzorgen, te helpen, medicijnen te halen, naar het ziekenhuis te rijden, de pomp aan te sluiten, haar moed in te spreken en ga maar door. Iedereen zou dat wel voor zijn partner willen doen, maar zou ook iedereen dat volhouden? Sommige mensen vragen ons iets te nadrukkelijk of Anke’s partner nog “bij haar is”.

Op een keer, als we op het kerkhof in Koningsbosch met de moeder aan het graf van haar eveneens aan kanker overleden dochter staan te praten, komt er een andere dorpsgenote bij staan en ook zij vraagt nadrukkelijk naar Anke’s vriend en of hij nog bij haar is. Heel gênant omdat de voormalige echtgenoot van de betreffende dochter binnen een jaar na haar dood een nieuwe vriendin had gevonden, iets waar de schoonouders niet erg gelukkig mee waren. Pijnlijk.

De reacties van sommige mensen vallen sowieso vaak niet mee. “Weet je wie ook kanker heeft en opgegeven is?” wordt er wel eens aan ons gevraagd. Nee, dat weten we niet, maar ik heb zo’n vermoeden dat ik het meteen te horen krijgen zal. Zoiets geeft je moed. Dan weet je meteen hoe over Ankes toekomst wordt gedacht. Of men begint vrij vlot na de begroeting over toen iemands partner in het ziekenhuis lag, of dat men zelf suikerziekte heeft. Ook allemaal erg, maar je hebt weinig troost aan het leed of de dood van anderen als je je zorgen maakt of je dochter dit überhaupt zal overleven.

Iemand probeert Anke in een reactie op haar stukje te troosten met de opmerking dat ze zelf nooit de Eramusbrug over fietst, maar steeds de Maastunnel neemt om aan de andere oever te komen. We zijn eens een keer door de Maastunnel gewandeld toen we met Anke de omgeving bezichtigden. Op een foto staat ze op de roltrappen naar beneden. Ik heb me trouwens nooit gerealiseerd dat de tunnel zo lang was, want als je met de auto er doorheen rijdt krijg je dat niet zo mee. Op dezelfde wandeling zijn we toen ook op de Euromast ge- weest, dat wil zeggen tot op het Panoramaplatform. Het waaide nogal hard en het was fris, maar het uitzicht  was prachtig. Ik heb nog even geprobeerd om over de ijzeren trappen tot bij de Euroscoop te komen, maar aangezien ik hoogtevrees heb, ben ik maar snel weer naar het platform teruggeschuifeld. Aangezien Annie en Anke ook geen zin hadden om het nog hogerop te zoeken, hebben we er ook maar meteen van afgezien. Een kleine honderd meter hoog was voor ons hoog genoeg. Ik wist niet dat Anke ook hoogtevrees had. Toen zij met Stijn in New York op het Empire State Building stond, kreeg ze zo’n angst dat ze nauwelijks nog een voet durfde te verzetten, hoorden we pas later.

Iedere keer als we in Rotterdam of elders iets bezichtigden wat ook voor de kinderen van school interessant was om te zien (Kinderdijk, het Onderwijsmuseum, een tocht door de havens, of ook bezienswaardigheden in Amsterdam of Utrecht of elders, de tentoonstelling Knus over de vijftiger jaren) zette ik de foto’s die ik maakte op het netwerk van de school om iedereen mee te laten genieten. Ik geloof niet dat er buiten mezelf iemand van mijn collega’s de foto’s wel eens aan de kinderen liet zien. Ik heb tenminste nooit een reactie gehad. Maar misschien vindt niemand de foto’s interessant genoeg om te bekijken. Net zomin als de vakantiedia’s van vroeger. Het zou zomaar kunnen, natuurlijk.

Interessant is zeker ook de filosofische reactie van iemand die ik hier nog even bij wil plaatsen:

Wanneer je beginpunt wijzigt, zal het vervolg ook veranderen. Maar het vervolg bestond hoe dan ook nog niet, alleen jouw voorstelling ervan. En kun je wel zeker weten dat je toekomst nu minder mooi zal zijn dan de toekomst die nu niet meer bestaat (of eigenlijk: nooit bestaan heeft)?

Is het wel zo dat de eerdere toekomst van Anke nooit heeft bestaan? Net als andere ouders, heb je bepaalde verwachtingen van je kinderen. Vele daarvan zul je moeten bijstellen, maar ik was er toch altijd vrij zeker van dat Anke nog eens bekend zou worden om wat ze zou schrijven, in de krant, of in een boek, of in een opinieblad. Misschien zou ze wel in het buitenland terechtkomen als correspondent. In Berlijn misschien. Daar kwam ze vaker, ze vond Berlijn een interessante stad en Duits spreken ging haar goed af. Of misschien zou ze wel in de politiek terechtkomen. Wie zal het zeggen. Ze was in ieder geval erg betrokken.

Maar heeft Ankes toekomst dan nooit bestaan? Niemand kan dit toch weten lijkt me. Als haar ziekte eerder was ontdekt, was alles toch anders gelopen dan nu? Het zou misschien wel de moeite waard zijn om daar eens over te filosoferen. Maar eigenlijk heeft het ook zin om je deze vragen te stellen. Je krijgt geen antwoorden en in dit geval levert het alleen maar pijn op.

Ik heb ooit eens het idee gehad om een boek te schrijven over iemand die op een kruispunt in zijn leven komt te staan. Neemt hij de ene beslissing, dan zal zijn leven op een bepaalde manier verdergaan. Had hij een andere beslissing genomen dan was zijn verdere leven wellicht totaal anders verlopen. Iedereen kan zelf enkele gevolgen zelf bedenken: andere partner, een ongeluk, ander beroep en dito collega’s en ga maar door. Misschien is zo’n boek al eens door iemand geschreven en anders is het wellicht nog tijd om het zelf te doen.

Filosoferen van de koude grond deed ik wel eens vaker met de kinderen van de klas om hun reacties te peilen. Leuk om te zien en te horen hoe sommige kinderen in een stelling meegaan en anderen zich hevig verzetten. Zo hield ik in de klas wel eens staande dat we wellicht niet zelf op school waren, maar alleen maar een rol speelden in iemands droom (uit de klas misschien?) en die dus droomde dat we op school waren. Enkele kinderen keken me meewarig aan en deden verder niet meer mee. En toen ik eens tijdens de surveillance op het speelplein hoog in de bomen een vogelnest opmerkte en vroeg wat er zou gebeuren als een vogeltje, net uit het ei, last had van hoogtevrees, werd ik door deze of gene collega ook wel eens raar aangekeken. Misschien was het ook mede daarom dat ik, toen ik eens vroeg om het boek ‘Filosoferen met kinderen’ wilde bestellen, te horen kreeg dat daarvoor geen geld was. Het kostte dan ook maar liefst € 17,90…

Gesprekken

Anke is nogal productief vandaag. Er volgen nog twee stukjes, waaronder

Kopiëren voor dummies

Vandaag maar weer eens wat administratie. Ik moet een declaratieformulier kopiëren (notabene van die vervelende kaakchirurg die ik vandaag gewoon bij zijn naam ga noemen: dr. Mokthari, die mij twee weken (!!!) voordat de kno-arts van het Erasmus MC met zijn blote oog kon vaststellen dat ik een flinke tumor in mijn tong had, met een antibioticakuurtje naar huis stuurde…)

Maar dit terzijde. S. ergert zich dat ik bij het kopiëren om hulp vraag, volgens hem is het allemaal heel vanzelfsprekend en makkelijk omdat ons print/fax/kopieerapparaat zo ontworpen is dat ‘mongolen het kunnen bedienen’. Zuchtend komt hij erbij staan. Het apparaat heeft acht knopjes.
Bij het vierde knopje is het raak.

Anke schrijft dat Stijn zich ergert als hij haar moet helpen bij het kopiëren, maar ik geloof eerder dat Anke zich ergert aan het feit dat het haar niet lukt om het apparaat aan de gang te krijgen en daarom in het eerst deel van dit stukje zo’n giftige tekst neerzet. Waar ik me alleen maar bij kan aansluiten. Je zou zo’n man toch iets willen aandoen. Wat als die nou eens vanaf het allereerste begin eens beter uit zijn doppen had gekeken? Wat als hij zijn oogkleppen eens had afgezet? Wat als…..

Wellicht had Anke’s eerdere toekomst dan toch bestaan? We kennen onderussen wel meer mensen die tongkanker hebben gehad en het er zonder veel lichamelijke schade hebben afgebracht. Waarom zou dat bij Anke niet hebben gekund. Wat als? Waarom? Vragen waarop geen antwoord komt, maar die desondanks gesteld worden.

Het laatste stukje van de dag en de maand is met recht een

Een vreemde rolwisseling

Eigenlijk wilde ik boven dit logje ‘dubbelslechtnieuwsgesprek’ zetten. Maar ik heb er maar vanaf gezien toen ik bedacht dat dat, gezien mijn ziekte, weleens verkeerd geïnterpreteerd zou kunnen worden…

Net belt oude studievriend A. die ik al heel lang niet meer gesproken heb. De laatste tijd neem ik mijn mobiel bijna nooit meer op (omdat praten aan de telefoon nog steeds moeizaam gaat en ik sowieso weinig gebeld word omdat mensen weten dat ik gesprekken – voorlopig – liever via MSN voer) maar, denk ik: misschien heeft A. via via wel gehoord dat ik ziek ben waardoor ik me toch een beetje verplicht voel de oproep te beantwoorden (en ook omdat hij ‘helemaal’ in Duitsland woont)

“Hee A.”, zeg ik (in mijn beste Nederlands) “Hoi A.”, zegt A. (volgt u het nog?) “Ik bel omdat ik slecht nieuws heb maar dat heb je zeker al gehoord, wat er een maand geleden gebeurd is?” Verwarring, bij mij. Eh… is dit niet mijn tekst: ik ben toch degene met het slechte nieuws? Blijkt dat een man die A. en ik allebei kennen (niet héél goed, maar van freelance werk dat we allebei voor dezelfde opdrachtgever deden) zelfmoord heeft gepleegd.

Omdat ik de man in kwestie daar totaal geen type voor vind (vraag me niet wat een zelfmoordtype dan wel precies is…) ben ik erg geschokt. Ik vraag hem naar het hoe en vooral: het waarom. Hij had toch een leuke baan, een vrouw, twee kinderen en (ogenschijnlijk?) een goed humeur. Waarop A. opmerkt dat hij me niet goed verstaat, of er soms iets met de verbinding is of zo? Nu moet ik hem dus gaan vertellen dat ik niet meer goed praten kan en ook waardoor dat komt. Kanker gehad. Geopereerd. Tong bijna helemaal weg. Reconstructie. 33 Keer bestraald. Langzaam herstellen. Blijvende gevolgen…

Op de één of andere manier heb ik er grote moeite mee, om te zeggen dat ik heel erg ziek ben (geweest). Omdat A. het totaal niet verwacht. Omdat er in een paar maanden tijd zoveel gebeurd is. En omdat ik geen idee heb hoe ik mijn eigen slechte nieuws moet inkleden tegenover iemand die zélf met slecht nieuws dacht te komen. Waardoor het voelt als een vreemde rolwisseling.

(A. ving het overigens goed op door mij ermee te complimenteren hoe verstaanbaar ik nu alweer ben; met hemzelf, zijn vrouw en kind gaat het gelukkig goed)

Het is moeilijk te aanvaarden dat anderen zich van het leven willen beroven terwijl Anke moet vechten voor het hare. In het zorgcentrum waar Annie werkt zouden sommige mensen hun leven willen geven in ruil voor een “dodelijk spuitje” of een dito dosis tabletten. Annie heeft daar altijd grote moeite mee; sommige mensen wachten – wellicht ook wel terecht –  met smart op hun dood terwijl Anke zo graag verder wilde leven. “Kwam Hij mij maar halen”, zeggen ze vol wanhoop en moe van het leven. Je zou een ruil willen voorstellen: zij hun dood waar ze naar smachten en Anke het leven dat ze zo graag wil voortzetten. En je weet wel dat het zo niet werkt, maar toch…

In de weken die komen zal Anke weinig op haar weblog schrijven. Na een vraag van een lezer naar het waarom, antwoordt ze: “Hoe drukker het in mijn hoofd is, hoe stiller de weblog, lijkt het wel…
Ben bezig een paar dingen op een rijtje te zetten, hetgeen het schrijven enigszins blokkeert. Maar krijg vast wel nieuwe inspiratie binnenkort”.

Anke maakt een moeilijke periode door. Ze is mismoedig en moet uitkijken dat ze niet depressief wordt. Na alle eerdere gebeurtenissen die elkaar in rap tempo opvolgden, heeft ze nu meer dan genoeg tijd om na te denken over haar toekomst. “Word ik wel weer gezond? Wat houd ik eraan over? Kan ik mijn beroep wel weer uitoefenen”?

En niemand die je een antwoord kan geven. Iedereen probeert haar moed in te praten, maar ik heb het idee dat Anke twijfelt aan de goede afloop. Ze zit stilletjes in de kamer en komt nauwelijks tot enige activiteit. Ze is afwezig en tuurt in het oneindige, haar gedachten zijn God weet waar.

Ze voelt zich niet goed, maar kan niet echt onder woorden brengen wat ze voelt, hoe ze zich voelt. Ze zegt wel dat ze zich zo niet langer wil voelen. We stellen haar voor dat ze contact heeft met een arts die kan inschatten wat ze precies mankeert en haar eventueel wat oppeppende medicijnen kan voorschrijven. Een depressie is voor iedereen afschuwelijk om te hebben, maar Anke moet dit niet ook nog erbij hebben.

Het feit dat de inspiratie schijnbaar enige tijd wegblijft is dunkt me geen goed teken. Als Anke niet schrijft is er wat. En aangezien ze nu al een poosje niets meer aan haar weblog toevertrouwt, betekent dit volgens mij dat ze zich niet goed voelt. Op de dagen dat we er zijn, is ze stiller dan anders. Soms probeer ik haar weer ertoe te bewegen iets te schrijven, maar forceren heeft geen zin. Dat heeft trouwens nooit zin gehad bij haar. Je zou soms hoog of laag springen om haar te laten doen wat jij wilde, maar dat kon je net zo goed laten en je de moeite besparen. Anke deed de dingen pas als ze zelf overtuigd was dat ze die moest doen, of ze moest er echt niet onderuit kunnen. Maar meestal werd haar humeur er niet beter op als je haar tot iets dwong. Waarschijnlijk was ze ook op dit punt erfelijk bepaald. In de tussentijd zitten we maar te smachten naar goed nieuws en zolang dat uitblijft word ik alleen maar angstiger en ongeruster. Ik kan niet beschrijven met hoeveel onrust en ongerustheid ik nog steeds in mijn lijf rondloop.

Op school kan ik mijn draai niet echt vinden. Soms zijn de kinderen me te druk – vooral in de wat vrijere lessen of situaties zoals in de bus of tijdens de gymles -, dan weer vind ik dat de een of de andere ouder overdreven reageert op een akkefietje. Maar dat is de praktijk van alledag, eigenlijk niet anders dan voorheen. De herfstwandeling is juist geweest, we moeten vergaderen, cursussen ‘coöperatief leren’ volgen, er is een studiedag – over de communicatie binnen de school -, ik bezoek de vergadering van de oudervereniging, die met een waslijst aan vragen komt waar ik meestal geen antwoord op kan geven en ik hou samen met mijn vervangster de 10-minutengesprekken over de vorderingen van de kinderen nu het tweede rapport er aankomt. Gelukkig verlopen de gesprekken goed. Ondanks het feit dat ik niet alle dagen lesgeef, heb ik een goede indruk van de kinderen van de klas (vind ik) en samen met mijn vervangster lukt het om de ouders goed te informeren. De meeste ouders zijn erg aardig en doen verder niet moeilijk. Ofschoon niemand rechtstreeks vraagt hoe het met Anke gaat heb ik wel de indruk dat sommigen daardoor wel wat terughoudender zijn in hun reacties. Een enkele uitzondering daargelaten.

Natuurlijk moet ik wat meer gaan lesgeven, zoals afgesproken in de bijeenkomsten met mijn casemanager en de directrice. Ik ben sowieso op woensdag, donderdag en vrijdag op school aanwezig en begin met enkele uren per dag mijn klas les te geven op arbeidstherapeutische (AT) basis. De rest van de dag kan ik dan andere werkzaamheden op school verrichten; kopiëren, administratie, ondersteunend werk, groepjes kinderen helpen bij leerproblemen etc. In de loop van de weken tot de kerstvakantie worden de lesgevende taken op AT-basis uitgebreid tot 2 dagen en nog slechts een dag ondersteunende werkzaamheden. Althans dat is de verwachting van alle betrokkenen.

De medicijnen die ik heb voorgeschreven gekregen doen hun heilzaam werk dus moet dit gaan lukken. Als de situatie rond Anke nu maar eens echt verbeterde, zou je haast geneigd zijn tot enig vertrouwen in de toekomst.

Aanbeland

Het lijkt er trouwens op dat Anke zich na een poos wat beter is gaan voelen, want gelukkig verschijnen op 22 en 23 november weer twee nieuwe stukjes op haar weblog:

Ameland

Soms moet je een beetje streng voor jezelf zijn. Als we terug zijn van Ameland, ga ik weer wat op mijn weblog zetten, had ik S. (en ook mezelf) beloofd. En zie hier: we zijn nog steeds op Ameland, en ik heb al zin om een klein stukje te schrijven.

Ten eerste omdat het eiland zo mooi is, dat het voor mij bij aankomst ineens kraakhelder was wat ik vandaag, in het bejaardenhuis van Hollum, moest stemmen. Terwijl ik toen we maandag arriveerden een weliswaar links georiënteerde, maar toch ook hevig zwevende kiezer was. Beetje vreemd om je partijkeuze op je vakantieadres te baseren, maar ook wel overzichtelijk.

Verder wil ik nog melden dat ik gisteren, samen met S., voor het eerst van mijn leven op een tandem heb gefietst. Het gaat te ver om in het kader van mijn ziekte nu het ‘Elk nadeel heeft zijn voordeel’-adagium te huldigen (zo ver ben ik nog lang niet), maar ik vond het ritje wel een groot succes. En ik heb heus ook zelf wel gefietst hoor! En als het weer morgen meezit, misschien weer….

Ameland II

Nou ja zeg, da’s ook toevallig. Waar dronken wij maandagmiddag nog nietsvermoedend een kopje thee, tevreden constaterend hoe charmant authentiek het er was? En wat werd vandaag uitgeroepen tot café van het jaar? Café Nobel in Ballum, Ameland.

Vandaag geen tandem trouwens, het weer – windkracht zeven – liet het niet toe. Wel een strandwandeling gemaakt en met de boot op robbenjachttocht, een minstens zo aparte ervaring. En ook een beetje de kroon op mijn stem van gisteren…

 Wat verder opvalt is dat iedereen hier zijn hand opsteekt om ons te groeten, zelfs als we in ons autootje over het eiland ‘crossen’. Waarop S. constateerde dat Amelanders zo vriendelijk zijn. Maar volgens mij doen Amelanders helemaal niet echt iets uitzonderlijks en is de rest van (stedelijk) Nederland gewoon onvriendelijk geworden.

Daarom: een vrolijke groet vanaf dit supermooie eiland. Is gewoon gratis.

Stijn en Anke zijn naar Ameland om daar een paar dagen op adem te komen na alles wat ze hebben meegemaakt. Eventjes met zijn tweetjes proberen een normaal stel te zijn dat een paar dagen op vakantie is. Maar wat heet normaal? Anke’s gezicht is dikker geworden, ze heeft bolle wangen van de bestralingen. De huid en de littekens zijn roder en vallen daardoor op. Ze loopt met een witte verbandkraag om haar hals en ze kan niet praten zoals vroeger. Ze is sterk vermagerd door alle ontberingen en beslommeringen. Haar bagage is uitgebreider en ziet er anders uit dan die van de gemiddelde toerist.

Maar Anke en Stijn genieten desondanks. Van de rust, de natuur, de vriendelijke mensen en het feit dat ze weer even kan fietsen, al is het dan achterop de tandem. Stijn stuurt enkele foto’s van het strand en de schitterende zee, een groepje zeehonden lekker lui op een zandplaat in de zon, schapen die grazen, van Anke die ons toezwaait vanaf een duin en op de rug gezien als ze wegloopt van Stijn over het strand. Gelukkig hebben ze het erg naar hun zin, zo te zien en gelukkig schrijft Anke weer, een goed teken!

Opgetogen stuur ik haar ’s middags meteen een mailtje om te laten weten hoe blij ik ben.

Hoi Anke,
Heb net je tweede brief op je weblog gelezen. Ik vind het erg leuk om weer op deze manier van je te horen. Overigens ben ik niet JH, zoals je waarschijnlijk al hebt begrepen.

Leuk dat het eiland jullie zo goed bevalt. Je gaat toch geen heimwee naar het platteland krijgen?
Als ik je berichten goed begrijp heb je GroenLinks gestemd. Of vergis ik me? Wat vind je trouwens van de uitslag van de verkiezingen? Krijgen we een CDA/PvdA/SP-kabinet? Zonder Bos?
Ik ben benieuwd.

Groeten, ook aan Stijn.

PS
Toine heeft een nieuwe vriendin. Een meisje uit de buurt met een Haagse achtergrond (familie met dubbele achternaam en een vader die op een of ander ministerie werkt) en gedeeltelijk Indonesische roots. Meer weten we ook nog niet. Hij zal je wel op de hoogte houden, of niet.

Toine is namelijk niet zo scheutig met het verstrekken van informatie, net zomin als Anke dat ooit is geweest. Ook nu zal ze ons vast niet van alle feiten op de hoogte stellen. Omdat ze niet altijd de noodzaak ervan inziet, maar ook om ons te sparen, vermoed ik. Wat niet weet, wat niet deert, zal ze wel denken. Maar die vlieger gaat niet altijd op. Vermoedens zijn soms erger dan feiten, je gaat je dingen in je hoofd halen die misschien helemaal niet aan de orde zijn. Zeker een situatie als waarin we nu verkeren, zorgt er gemakkelijk voor dat je hoofd op hol kan slaan en dat je allerhande nare gedachten en angstige vermoedens niet meer kwijtraakt. En de nachten kunnen lang duren als je niet kunt slapen van zorgen en angst. Onzekerheid is slopend. En de onzekerheid blijft voorlopig de trouwste metgezel.

Als Anke en Stijn terug zijn van hun korte vakantie op Ameland, brengen ze voor mij een potje Amelander Mosterd mee. Aangevuld met duindoorn, staat er op het deksel te lezen. Met duindoorn? Geen wonder dat de mosterd zo prikt. Verder staat er ook nog op het potje dat het mosterdzaad op milieuvriendelijke wijze wordt geteeld en ambachtelijk op molenstenen gemalen in mosterd- en korenmolen “De Verwachting” op Ameland. Met een foto van de betreffende molen op het etiket. Dat ‘milieuvriendelijk’ zal Anke aangesproken hebben. Het potje, dat reeds lang over de uiterste houdbaarheidsdatum heen is, bewaar ik nog steeds want het is een van de laatste dingen die ik van haar gekregen heb.

Gewoon

En de dag erna lezen we nog een positief bericht, de hoeveelheid slijm vermindert!

Gelukkig maar, want de laatste maanden zagen we Anke niet anders dan met een of meerdere rollen keukenpapier in haar nabijheid, net zoals een klein kind draagt met een lap. In haar tas, op de bak, in de keuken vanzelfsprekend, in de auto, steeds maar weer die rol om met hulp van het papier het slijm uit haar mond te verwijderen. Soms was het net alsof ze haar neus snoot als ze het slijm uitspuugde, maar soms ook was het zo taai dat ze het uit haar mond moest trekken. Zowel het een als het ander viel nogal op, maar we deden allemaal net alsof we het niet echt opmerkten. Gelukkig is het nu minder en is daarmee weer een stapje op weg naar een gewoner leven gezet:

Af en toe droog

De afgelopen maand durfde ik er al bijna niet meer op te hopen, zo erg was het soms. Maar gisteravond trad er dan toch voorzichtig verandering op. Doodstil bleef ik op de bank zitten, bang dat het weer over zou gaan als ik me zou verroeren. In bed kon ik de slaap nauwelijks vatten en oefende ik hardop wat zinnetjes. Vanochtend was het nog steeds zo, en vanmiddag ook. Dus durf ik er nu voorzichtig – en gematigd positief, want ik ben er nog niet – over te berichten: het slijm in mijn mond wordt écht minder.

Ontroerend hoe Anke erover schrijft en hoe indringend ook. En dat over iets dat ieder mens als normaal ervaart, wat heet. Waar ieder ander nog niet eens over nadenkt.

Een volgende stap voor haar is dat ze weer de stad in durft. Als we – weer op een dinsdag en vanaf nu meestal met de auto – op bezoek zijn, besluiten we met zijn drieën het winkelcentrum te bezoeken en daar gezellig wat sfeer op te snuiven. Met de tram zijn we zo bij Beurs, de Koopgoot, V & D, etcetera. Anke snuffelt zelfs tussen de kleren. Nooit gedacht dat ik het nog eens fijn zou vinden als Annie en Anke uitgebreid tussen de kledingrekken zouden schuifelen. Ook gaat Anke nog op zoek naar een mooi cadeau voor Stijn: een luxe editie van Triviant moet het worden. Als we het spel gevonden hebben gaat ze zelf naar de kassa om af te rekenen – weliswaar met enige schroom: Wat zal de caissière wel niet denken? Zal ze me wel kunnen verstaan? Maar de caissière heeft geen tijd om op klanten met een gebrek te letten en handelt als bij iedere willekeurige klant aan de kassa. Routineus, maar niet onvriendelijk, gaat ze te werk, pakt het spel in cadeaupapier in en wenst Anke nog een fijne dag. Opluchting alom.

We blijven niet al te lang, Anke is nog steeds gauw moe, ergens gaan zitten om een kopje koffie of thee drinken is er sowieso niet bij. We hebben het er maar niet over, het doet al pijn genoeg zonder het gemis te benoemen. Misschien, zo houden we ons voor, komt het ooit nog eens zover dat Anke weer gewoon uit een kopje of uit een glas kan drinken, zonder dat ze bang hoeft te zijn dat de helft meteen weer uit haar mond zal lopen.

Een paar dagen later komen er weer enkele optimistische geluiden:

De lijnen zijn geopend

Twee kleine overwinningen: vanochtend alleen naar het Erasmus MC gefietst voor een afspraak bij de mondhygiëniste. Ik voelde me, op weg naar het ziekenhuis, zo normaal, onopvallend, dat ik bijna wel kon janken.

En vanmiddag, na lang dralen, zelf de fysiotherapeut gebeld om te vragen hoe laat ik woensdag ook alweer een afspraak had. ‘Helaas’ kreeg ik meteen Mr. Flapdrol zelf aan de lijn (hij deelt zijn praktijk met meerdere mensen) waardoor het voor mijn gevoel niet echt telt, want hij kent me immers al.

Nu moet ik eigenlijk nog telefonisch een ontspanningsmassage bij een massagepraktijk regelen, maar of ik dat durf… Word vervolgd. In ieder geval heb ik besloten dat ik vanaf vandaag wel weer ‘gewoon’ zelf gebeld kan worden.

Wat een geluk voor haar. Ze heeft gefietst en getelefoneerd! Bovendien laat ze weten dat ze weer gewoon gebeld kan worden en dus hoeven we onze niet meer te beperken tot sms’en of mailen. Zou het nu eindelijk weer de goed kant met Anke opgaan? Waar mogen we nog meer op hopen wat betreft haar toekomst? Zal ze weer aan het werk kunnen bij Erasmus Magazine? We horen in ieder geval dat ze blij was weer eens bij haar collega’s van het EM te zijn en op haar werk te kunnen rondlopen en met deze of gene een praatje te maken. Fantastisch nieuws. We zijn opgetogen dat we dit weer allemaal mogen meemaken. En ook wij zouden wel kunnen janken van geluk.

Nog een keer gewoon

29 november 2006:

Milimeterwerk II & andere experimenten

Het gaat goed met de mondopening. Langzaam, maar dan ook echt langzaam, kruip ik richting drie centimeter (“als je het positief wilt zien”, zei de fysio er vandaag wel bij, maar dat wil ik en hij – als ‘Martin Gaus voor mensen’ – vanzelfsprekend ook).

De nieuwe oefeningen die ik moet doen zijn niet zo leuk en ik doe ze ook niet zo vaak als eigenlijk zou moeten (met mijn duimen op mijn bovengebit en mijn wijsvingers op mijn ondertanden moet ik zes keer per dag zes maal mijn onderkaak zover mogelijk naar beneden duwen… auw!), maar gelukkig boek ik evengoed vooruitgang.

Het probleem is alleen dat ik, als ik praat, mijn kaken nog steeds min of meer op elkaar houd en dan schiet ik met die oefeningen niet zoveel op. Het gaat uiteindelijk immers om het gebruik van de mondopening in mijn dagelijkse praktijk. Of zoals de fysio zegt: “Use it or lose it.”

Voorheen kon ik me nog beroepen op een overenthousiaste slijmproductie als oorzaak, maar dat is steeds minder aan de orde. Ik moet mijn mond echt open doen als ik praat. En ik probeer dat heus ook wel, maar het vanzelfsprekende gevoel hoe je dat doet is bij mij helemaal weg. Daarom moet ik mezelf voor de spiegel hardop voor gaan lezen. En dat is een beetje raar. Maar gelukkig heb ik mijn gedichtenbundel nog, en dan is het meer reciteren. Toch? Helaas is het resultaat nog te hilarisch om er publiek bij uit te nodigen…

In mijn ‘overwinningsroes’ vandaag ook nog een ander experiment gedaan maar dat is helaas mislukt. In de keuken hadden we nog wat trekdrop liggen en ik dacht dat het misschien wel lekker was om daar op te kauwen. Nou is trekdrop sowieso nooit mijn favoriete dropsoort geweest, maar nu smaakte het helaas helemaal nergens naar. Ja, heel vaag proefde ik een kunstmatig (trekdrop)smaakje, maar volgens mij had ik net zo goed op een willekeurig stukje rubber met dropgeur kunnen kauwen (dan had ik nu tenminste niet zo’n angstaanjagend zwarte tanden gehad en zonder beweegbare tong is het moeilijk schoon krijgen…)

Omdat een leven zonder drop eigenlijk geen optie is (je kunt niet alles van me vragen) zit er waarschijnlijk niks anders op dan te zijner tijd – alcohol is nu absoluut nog niet aan de orde – mijn toevlucht tot dropshot te nemen en te hopen dat de weinige smaakpapillen die ik nog heb dat wel oppikken.

Ondanks de positieve strekking van dit verhaal, ontgaat me niet de tragiek die erachter zit. We zijn geneigd om gauw te vergeten, omdat de dingen die Anke missen moet voor iedereen zo vanzelfsprekend zijn dat we ze meestal doen zonder erbij te denken. Meestal, want eten doen wij natuurlijk toch ook wel, maar genieten van eten is er niet meer bij. Je vindt het vaak wel lekker maar meteen als je eet sluipt de gedachte in je hoofd dat Anke dit niet meer kan eten, niet meer kan proeven, hier niet van kan genieten. En dat doet zeer.

Toen Anke nog niet zo lang in Rotterdam woonde zijn we op een van de wandelingen door de stad ook een ‘smoothiebar’ binnengegaan om daar met het fenomeen smoothie kennis te maken. Ik had er nog nooit van gehoord, laat staan er eentje geproefd. Later hadden we ook zelf een blender om de nodige fruitsmoothies te maken. Maar sinds Anke ziek is geworden staat het apparaat ongebruikt op het aanrecht. En het receptenboek dat we van haar kregen ongeopend in de boekenkast. Zelfs nu, enkele jaren verder, heb ik het toestel enkel en alleen nog eens gebruikt om een teveel aan groenten in de soep te pureren. Geen smoothie meer gehad, het was (en is nog wel) alsof we er niet meer van kunnen genieten.

Je voelt je trouwens wel vaker schuldig als je ergens van geniet. Het is net of dat niet zou mogen. Niet alleen bij het eten, maar op alle gebied geldt als het ware een genietverbod. En dat is nou juist hetgeen Anke niet wil. Als we bij haar en Stijn eten, komt ze er in tegenstelling tot een poosje geleden wel eens bij zitten voor de gezelligheid. Erg dapper van haar, maar Annie en ik voelen er ons niet erg lekker bij. En ook als je tussendoor zin hebt in een drankje of een kopje koffie met een koekje proberen we het altijd zo onopvallend mogelijk naar binnen te werken. Zodat Anke er zo weinig mogelijk van meekrijgt. Totdat ze er wat van zegt: we kunnen gerust gewóón doen, en koffie drinken of koekjes eten als we daar zin in hebben. Blijkbaar viel het onopvallend doen haar toch wel op.

Op 30 november laat Anke zien dat het voor haar nog niet meevalt om ‘normaal’ over te komen, laat staan om te genieten:

Massage

Gistermiddag naar de masseuse, die ik dinsdagochtend zelf gebeld heb. Wel met een ietwat verontschuldigende opmerking vooraf dat ik aan mijn mond geopereerd ben, waardoor ik een beetje onduidelijk praat. En bij die informatie wil ik het eigenlijk ook gewoon laten.

Nou ja, totdat blijkt dat ik me tot mijn onderbroek moet uitkleden. Opeens realiseer ik me dat mijn ‘gehavende lichaam’ toch wel vragen zal oproepen; een nog roze litteken over zo’n beetje mijn hele linkerbovenbeen, de peg-sonde in mijn buik, de verkleuring van mijn wangen door de bestraling, het litteken in mijn hals, twee morfinepleisters…. Niet bepaald zaken die je aan het trekken van een verstandskies of een kaakoperatie (zoals de masseuse aanvankelijk veronderstelt) overhoudt.

Omdat ik me ongemakkelijk zou voelen als ik helemaal niks zou zeggen, vertel ik toch maar dat ik onlangs aan een tumor geopereerd ben. Op de details probeer ik, ondanks wat vragen van haar kant, zo min mogelijk in te gaan. Zij weet niet beter dan dat het moeilijker praten en eten alleen maar tijdelijk is. Toch had ik liever gehad dat ik mezelf helemaal niet had hoeven ‘verklaren’. Het maakt me een beetje verdrietig, omdat de ontspanningsmassage juist was bedoeld om mijn ziekte even helemaal te vergeten.

En ook al is de massage op zich erg fijn, hierdoor kan ik er niet helemaal van genieten zoals ik gewild had. Hopelijk wordt het de tweede keer makkelijker.

Gelukkig, zo troost ik me maar, hoeft Anke niet bij iedereen die ze ontmoet een dergelijke procedure te doorlopen. Toen Anke nog geopereerd moest worden maakte ze zich al druk om het litteken dat op haar been te zien zou blijven. Ik kon me daar niet zoveel bij voorstellen, beter gezegd: ik vond het niet zo erg, maar bij vrouwen ligt dat natuurlijk anders. Dan kan ik misschien niet eens meer een rok dragen, merkte ze meteen op. Het zal wel een tijd duren voordat Anke weer onbevangen de straat op kan, als het al zover komt dat ze niets meer hoeft uit te leggen, dat het litteken in haar hals niet meer zo zichtbaar en haar bolle gezicht niet meer zo rond zal zijn

Uit het geschrevene blijkt dat dit litteken en de andere haar danig dwars zitten, ze spreekt niet voor niets van een ‘gehavend lichaam’ en ze heeft natuurlijk volkomen gelijk. Ook al zou een man er misschien minder moeite mee hebben, voor haar is het voorlopig niet meer of minder dan een regelrechte ramp. Wie wil er nou zo gehavend uitzien? Ze heeft er tegen ons weinig of niet over geklaagd, maar ik weet zeker dat ze er veel verdriet van heeft gehad.

Ondertussen is het december geworden; de maand van de gezellige familiefeesten. Erg gezellig zal het bij ons niet worden. Niet omdat we niet aan Sinterklaas of Kerstmis zouden doen, maar omdat het met Anke niet veel beter meer gaat. Ze blijft vaak moe en knapt niet verder op. Soms lijkt het of ze eerder vermoeider wordt dan minder. In haar bovenkaak is een wond ontstaan, door de bestralingen? Deze wond wil maar niet dicht, vanalles is al geprobeerd en uiteindelijk wordt besloten deze dan maar dicht te branden. Dat gaat vrij gemakkelijk en een bijkomend voordeel is dat Anke’s slechte adem als bij toverslag is verdwenen. Sinds een tijd ruikt Anke een beetje zurig uit haar mond, ondanks het vele poetsen. Wij durven er nooit iets van te zeggen: Anke kan er niets aan doen. We weten dat ze goed poetst, want ze was altijd zuinig en trots op haar mooi gebit. Misschien hadden zich in de wond toch voedselresten verzameld die ervoor zorgden dat haar adem niet fris was. Je kunt niet geloven dat geen enkele arts of geen anderszins medisch geschoold iemand zich ooit heeft afgevraagd waar die geur vandaan zou kunnen komen en dat eens een keer heeft onderzocht. Ik weet niet wat ik ervan moet denken. Misschien hebben ze net als wij gedacht dat het door de voeding kwam. Maar eigenlijk zou dat niet kunnen, omdat ze de voeding via de sonde inneemt.

Vroeger was december bij ons net als in veel andere gezinnen de meest gezellige maand van het jaar. Alhoewel ik ook wel eens Sinterklaas heb toegewenst eens een jaartje in Spanje te blijven, maar dit had meer met school te maken. De meeste ouders zijn na een jaar of tien wel klaar met het Sinterklaasfeest, maar als je lesgeeft op een basisschool gaat het feest maar door, jaar na jaar. Je moet enthousiast zijn of doen alsof, maar na meer dan dertig keer heb ik er tabak van. Komt die oude man alweer door de bocht met alle toestanden die erbij horen. Ik hoop dat de kinderen in mijn klas het niet gemerkt hebben, maar ik heb Sint, net als Toon Hermans, wel eens verwenst.

Eigenlijk vind ik Sinterklaas het meest onrechtvaardige feest dat er bestaat. Kinderen die braaf, lief en deugend zijn,  krijgen op 5 of 6 december – op het eigenlijke feest dus – soms nog minder (dure) cadeaus dan kinderen van rijke ouders een tijdlang van tevoren al vaker in hun schoen vinden. En dát zijn nou net niet altijd de leukste kinderen. Hoe kun je zoiets uitleggen? Het is hartstikke onrechtvaardig. Ook het feit dat Sinterklaas elk jaar eerder met repeterende reclames via de brievenbus of het tv-scherm bij ons belandt, zorgt bij mij niet voor een grotere waardering voor de eeuwenoude kindervriend. Gelukkig heb ik de laatste jaren van mijn schoolcarrière een hogere groep en dan kunnen we Sinterklaas met eerbiedige spot tegemoet treden. Vooral het lied Sinterklaas, wie kent hem niet van Het Goede Doel gooit ieder jaar weer hoge ogen bij mij en de kinderen van groep 6 of 7.

Een van de voordelen van de moderne technologie is het gemak waarmee je teksten van (Sinterklaas)liedjes kunt terugvinden op het internet. Ik heb vroeger wel eens liedje meer dan twintig of dertig keer moeten beluisteren om de juiste woorden te achterhalen. Dan was het liedje ineens toch niet zo leuk meer. En als je dan zover was dat je de tekst compleet had, moest hij nog op een ouderwetse typemachine worden getikt, hetgeen natuurlijk gepaard ging met de nodige tikfouten, die dan vervolgens weer met correctielak gecorrigeerd moesten worden. In tegenstelling tot Anke heb ik nooit typeles gehad en kon daarom ook lange tijd niet zo goed typen. Het kostte toentertijd, in de jaren zeventig, soms veel tijd om dit soort dingen te doen, maar dat was niet echt een probleem; we hoefden toen niet zo vaak te vergaderen en hadden veel meer tijd om je lessen voor te bereiden of om het werk van de kinderen na te kijken. Tegenwoordig wordt er zonder erbij te blozen tegen je gezegd dat nakijken niet zo belangrijk meer is, je ziet wel bij de (Cito)toets of ze het begrepen hebben. Ja, over een week of vier zeker. Dat schiet pas echt op. Voorbereiden moet tegenwoordig weer wel, en als je in tijdnood komt moet je maar prioriteiten stellen.

En als klap op de vuurpijl moesten de teksten dan nog gestencild worden, omdat een kopi- eermachine toen op onze school in ieder geval nog niet voorhanden was. En ook daarbij kon nog het een en ander misgaan. Soms scheurde het ‘moedervel’ en kon je weer opnieuw beginnen, dan weer zat je eindproduct vol met inktvlekken of was de inkt weer eens net op en moest je eerst de tube vervangen. Want net zoals sommigen precies kunnen uitkienen hoeveel wc-papier ze nodig hebben of kunnen kopiëren tot het allerlaatste blaadje in de la, zo waren er vroeger ook al collega’s die nooit inkt hoefden bij te vullen. Maar ik heb ook eens een collega gehad die toen we pas een kopieermachine hadden en de toner op was, de machine weer bijvulde met een tube stencilinkt, omdat ze gewend was dit zo bij de stencilmachine te doen. Weg kopieermachine.

Kerstmis vond ik eigenlijk altijd leuker, vooral stemmiger dan Sinterklaas. Het feest van rust en vrede, dat spreekt me meer aan dan de commercie rond 5 december. Alhoewel het tegenwoordig in veel gezinnen natuurlijk een even groot commercieel gebeuren is als Sinterklaas. Vroeger toen de kinderen klein waren mochten ze vaak meehelpen met het optuigen van de boom. Een gezellige kerstplaat (een lp van Al Martino, rond 1970 voor vijf D-mark gekocht op de kerstmarkt in Aken) speelde dan liedjes als Silver Bells, Silent Night, Rudolph the Rednosed Reindeer of You’re all I want for Christmas). Anke en Toine hadden ieder een kerstbal met hun eigen naam erop en die werd steeds apetrots in de boom gehangen. En net als in ieder gezin werd het tafereeltje meer dan een keer gefotografeerd. Zowel de kerstballen als de grammofoonplaat en de foto’s worden gekoesterd als relikwieën en kun je niet meer ‘gewoon’ bekijken of beluisteren. Ook hebben we warme herinneringen aan kerstavond als voor het eerst de kaarsjes in de boom aangestoken werden en de kinderen mochten opblijven totdat het laatste kaarsje was gedoofd. Ondertussen iets lekkers te eten en drinken erbij en maar wachten en wedden welk kaarsje het langst zou blijven branden. In de klas schilderde ik afgelopen jaren wel eens dit tafereeltje en vertelde er dan bij dat we nog steeds echte kaarsjes in de boom hebben, met ongelovige gezichten tot gevolg. Echte kaarsen? Wow, dat zouden wij ook wel eens willen. Of misschien ook wel: wie brandt er tegenwoordig nou nog echte kaarsen in de kerstboom? Echt iets voor oude mensen uit de steentijd.

Balans

Op maandag 4 december ga ik weer naar het Centrum voor Arbeid en Psyche in Heerlen. In samenspraak met de psychologe besluit ik met de sessies te stoppen omdat het ergste leed geleden lijkt en omdat het ook met mij weer wat beter gaat, mede dankzij de medicijnen waarop ik goed reageer en die ik de eerstkomende tijd nog blijf innemen. Ook heb ik een groot gedeelte van mijn werkzaamheden weer hervat en ‘gezien de positieve verande- ringen en het ontbreken van een verdere hulpvraag, is in gezamenlijk overleg besloten het dossier alhier af te sluiten.’ Zo staat er in de brief aan de huisarts, met daarbij de toevoeging dat ik indien ik wederom hulpverlening wens me opnieuw kan aanmelden. Eigenlijk verwacht ik niet meteen dat dit zal gebeuren, want ik voel me sterker.

Alleen weet ik op dat moment nog niet wat er nog meer op mijn weg zal komen en ook onderschat ik de werkzaamheid van de medicijnen een beetje. Net zoals ik voorheen nooit zou hebben durven denken dat ik zo hulpeloos zou kunnen zijn en afhankelijk van een aantal mensen en een medicijn. En liever was ik er ook nooit achter gekomen dat ook ik zo aangeslagen door het leven zou moeten gaan. Zo sterk voelde ik me vroeger altijd, ondanks alle eerdere gebeurtenissen in mijn leven, maar gebleken is dat door lang met veel stress te moeten leven iedereen er aan onderdoor kan gaan.

Op 5 december schrijft Anke over hun kerstboom:

Oh denneboom

Okee, eigenlijk is het nog te vroeg. Officieel moet er geloof ik mee gewacht worden tot na Sinterklaas. Maar dat hebben wij zaterdag al gevierd. Dus hebben we ‘m gisteren toch maar alvast gekocht: de eerste echte eigen kerstboom van S. en mij. De versiering is nog wat minimalistisch (alleen lampjes en rode, folkloristisch aandoende kerstballen van Ikea) maar ook erg mooi. S. heeft hem nu al uitgeroepen tot ‘mooiste boom van Nederland’.

Ter verhoging van de feestvreugde (en bij gebrek aan kerstcd) na het optuigen gisteren Rockin’ the Bells (Jingle Bells) op gitaar gespeeld. Nou ja, een hele trage versie dan, want ik heb nog maar sinds heel kort de gitaar van Sim. in bruikleen en ben nog hard aan het oefenen. Gisteren was ik – toevallig! – aan dit liedje toe in mijn oefenboek. Binnenkort, na Sinterklaas en als hij helemaal af is, plaats ik misschien een foto van onze boom, dan kunt u zelf oordelen…

Klarinet spelen zat er niet meer in voor Anke, daarvoor heb je je tong nodig en de ‘lap’ in haar mond mag die naam niet dragen want hij beweegt nauwelijks. Niet dat Anke zo’n fervent speelster was, dat niet. We hebben eens een keurig getypte brief van het bestuur van de harmonie uit ons dorp gehad waarin werd geconstateerd dat “Anke vaak afwezig was op de repetitie en de uitvoeringen van de harmonie”. En of ze haar instrument niet beter ter beschikking van iemand anders kon stellen. Volkomen terecht natuurlijk en Anke is toen ook gestopt met klarinet spelen. Nu heeft ze de gitaar ter hand genomen en na oefening van de begintonen kan ze al een paar liedjes spelen. Het klinkt al heel aardig en met gepaste trots luisteren we naar haar spel. Net als vroeger toen ze als kind haar eerste liedjes op de blokfluit speelde.

Sinterklaas hebben we zaterdag al gevierd, schrijft ze. We hebben eerder met zijn allen de namen getrokken van degene die we een cadeautje en een gedicht zullen aanbieden. Ik heb Stijn en kan voor hem enkele films vinden die hij graag (nog eens) wil bekijken. Maar met het gedicht wil het maar niet vlotten, ik kan het op de een of andere manier niet opbrengen om een Sinterklaasgedicht te schrijven. Ik schrijf daarentegen een kort stukje proza waarin valt te lezen dat we blij zijn dat Anke zo’n goede partner heeft. Stijn speelt saxofoon, houdt van voetbal en is Roda-fan. Net als ik. Hij is humoristisch in woord en geschrift en schuwt de discussie niet. Maar het meest van al waarderen we hem om zijn opgeruimde karakter, zijn hulpvaardigheid en zijn liefde voor Anke die hem in staat stelt alles voor haar doen om het haar maar zo aangenaam mogelijk te maken.

“Waar werd oprechter trouw dan tussen man en vrouw ter wereld ooit gevonden?”, dichtte Vondel. Nou, ik weet het antwoord op deze versregel inmiddels wel. Dan hééft Anke de liefde van haar leven (en de voor ons ideale schoonzoon) gevonden en dan gebeurt dit allemaal. Maar misschien heeft het allemaal zo moeten zijn en kon Stijn juist door zijn grote liefde voor haar, Anke zo geweldig bijstaan.

De denneboom (zonder tussen-n) die Anke en Stijn hebben gekocht is een echte en niet al te uitbundig versierd. We kopen nog spullen om de boom nog wat mooier aan te kleden, maar volgens Anke is dat eigenlijk niet nodig. Zij vond hem zo al mooi genoeg en weet er ondanks al haar ellende toch van te genieten. Zoals ze er steeds in zal slagen om de positieve dingen die er nog over zijn te benoemen en daar plezier aan te beleven, en het daardoor ook voor ons iets minder ondraaglijk maakt.

Het laatste stukje van deze maand én van dit verschrikkelijke jaar volgt op 11 december. Je kunt het op twee manieren lezen. Aan de ene kant is er verbetering opgetreden, maar aan de andere kant zit in dit stukje een verdrietige ondertoon die het ondanks alle postieve opsommingen ook tot een zeer triest verhaal maakt.

>> >>

Precies een jaar geleden is het vandaag, dat S. en ik voor drie weken naar Thailand vertrokken. Het lijkt iets uit een ander tijdperk, een ander leven, zoveel is er sindsdien gebeurd. Het besef dat ik nooit meer zo’n reis – met rugzak – kan maken (in verband met de speciale voeding die ik mee zal moeten sjouwen als ik op vakantie ga) doet pijn, al hoop/denk ik dat er over een tijdje wel andere mogelijkheden zijn om toch nog zoveel mogelijk van de wereld te kunnen zien.

De laatste bestraling is vandaag precies twee maanden geleden. Ook dat lijkt iets uit een ander tijdperk. Gelukkig voel ik me fysiek lang niet meer zo beroerd als toen. Ik ben alweer naar de bioscoop geweest, naar een lezing, een restaurant (in verband met familiedag, zelf alleen soep gehad!), de kapper, in supermarkten en andere winkels, alleen met de trein naar mijn ouders, naar Ameland. En sinds enkele weken zelfs weer voorzichtig aan het werk vanuit huis.

Toch lijkt het, bovengenoemde ‘overwinningen’ ten spijt, mentaal juist alleen maar moeilijker te worden. Het herstel gaat zó langzaam… voor mijn gevoel sta ik soms echt al eeuwen stil. Zeker vergeleken met vrienden, die, volledig terecht natuurlijk, allemaal doorgaan met hun drukke leven. En bovendien zijn het allemaal dingen die ik vroeger sowieso al kon, waardoor het geen échte vooruitgang maar meer ‘beperking van de schade’ is. Wat zou ik in deze periode van mijn leven graag op een fast forwardknop drukken en alweer een jaar verder zijn. Waardoor, hopelijk, ook deze fase iets uit een ander tijdperk lijkt…

Niet te geloven dat het al een jaar geleden is dat Anke en Stijn naar Thailand gingen. In het land maakten ze vanuit Bangkok een reis naar het noorden en bezochten veel plekken waar ze beiden erg enthousiast over waren. Vervoer binnen Thailand werd er door hen zelf ter plekke geregeld, evenals de slaapplaatsen. En ofschoon dat niet de duurste hotels waren, spraken beiden alleen maar vol lof over het land en de mensen. Op de foto’s die we van hun reis gezien hebben, zag Anke er stralend uit, het geluk spat er op alle foto’s vanaf. Ze genoot en van een eventuele ziekte is in de verste verte geen spoor te bekennen. Het doet je goed om te zien dat ze het daar toen zo naar haar zin heeft gehad, maar het doet ook pijn omdat je weet hoe wreed het leven nu voor haar is.

Het is december, tijd om de balans op te maken. Het lijkt erop dat Anke met de opsomming van alle activiteiten die ze heeft ondernomen zichzelf moed inspreekt. Echt tevreden is ze niet, het duurt haar veel te lang. Voor iemand die zo jong is en zo actief in het leven staat gaat het natuurlijk ook maar tergend langzaam beter. En terecht merkt ze op: wat heet beter? Het zijn allemaal dingen die voor iedereen nog steeds vanzelfsprekend zijn en die zij nooit meer spontaan zal kunnen doen. Altijd moet je rekening houden met je beperkingen, de voeding, en steeds weer de pijn die maar niet voorgoed weggaat.

Beter

In oktober of november, zo rond zijn verjaardag, nodigde mijn vader ieder jaar mijn broer en ik, met echtgenotes, kinderen en hun aanhang uit om samen te gaan eten in Restaurant St. Ludwig in Vlodrop-Station, pal aan de Duitse grens. Midden in natuurpark De Meinweg, verzamelplek voor wandelaars en paardenliefhebbers. Vlakbij de residentie van de Maharishi Mahesh Yogi, die vanuit het voormalig klooster contact hield met zijn volgelingen over de hele wereld. Voor ons en de kinderen was de lokatie ook daarom wel interessant, maar ik geloof dat mijn vader er alleen maar naar toe wilde omdat de porties er zo groot waren en omdat ze een ‘gut bürgerliche Küche’ voerden.

Na zijn dood hebben we de traditie voortgezet en ook dit jaar waren we in oktober met zijn allen weer present. Anke dus ook. Het moet voor haar een hele opgave zijn geweest. Sowieso omdat ze niet kon mee-eten, maar ook omdat het uitje min of meer symbool staat voor de goede, oude tijd die voorgoed voorbij is. Nu zijn mijn beide ouders dood en is Anke ernstig ziek en gehandicapt. Toch slaat ze zich er moedig doorheen en al met al wordt het toch een gezellig etentje voor alle betrokkenen – die er misschien ook wel een beetje tegen opzagen. Net als sommige voorafgaande jaren gingen we nog even naar de kerk om opa en oma tijdens een mis te herdenken en Anke en Stijn gaan ook mee. Knap dat ze dit durft, want net als in mijn woonplaats zal ook in mijn geboortedorp Anke’s ziekte onderwerp van menig gesprek zijn geweest. Maar goed ingepakt gaat ze bij ons in de kerkbank zitten, valt niet zo op en trekt zich verder van niemand iets aan.

Ook de treinreis even later naar Echt, ja ze komt zelf naar huis, en het bezoek aan de kapper hier zijn voor haar belangrijke overwinningen. Ze moet deze keer zonder Stijn de lange reis maken en we zien haar als vanouds van het station komen aanlopen. Net als vroeger, maar deze keer zonder weekendtas, toen ze kwam aanhuppelen, altijd kort ingetogen zwaaide met haar ene hand als ze ons zag en achter haar hoofd op en neer dansend haar paardenstaart. We zijn net als vroeger blij dat ze er weer eens is, Anke kwam niet zo heel vaak naar huis. Waarschijnlijk had ze het te druk met de dingen die ze dacht te moeten doen. Maar nu komt ze weer binnenhuppelen en we zouden willen dat ze een paar dagen kon blijven. Maar dat zit er niet in. Allerlei afspraken verhinderen haar om langer dan een dag te blijven. Annie gaat met haar mee naar de kapper, omdat Anke zich niet helemaal op haar gemak voelt en ook omdat Annie dan in de buurt is om vragen te beantwoorden. Ze is bang dat men haar niet zal verstaan, maar het levert allemaal geen problemen op en binnen de kortste keren is Annie weer thuis. Anke voelde zich al gauw op haar gemak en blijft enkele uren weg. Een van de kapsters die bedreven is in het opmaken van klanten heeft haar gezicht opgemaakt en ze komt opgetogen terug. Blij dat alles is goed gegaan en dat haar littekens niet meer zo goed zichtbaar zijn.

Een andere keer is ze met Stijn met de auto gekomen, want een van haar vriendinnen houdt haar vrijgezellenfuif en ook Anke en Stijn zijn uitgenodigd. De mannen gaan samen op stap en vermaken zich prima in Ardennen.

Anke wordt verwacht in Landgraaf. Ze is niet bijster gemotiveerd om te gaan meedoen met de vrouwen. Er komen natuurlijk ook vriendinnen die zij niet kent en ze heeft geen zin om te gaan uitleggen wat er met haar aan de hand is (geweest). We praten op haar in om vooral toch te gaan en door de belofte haar meteen op te komen halen als ze belt laat ze zich overhalen. Gelukkig blijft ze tot de avond en als ze wordt opgehaald is ze blij dat ze is gegaan, maar ook doodmoe van inspanning en emotie. Ze is nog lang niet de oude.

Op 12 december stuur ik een mail naar iemand van de vakbond, die me al eerder heeft bijgestaan. Ik wil proberen of ik uitbreiding kan krijgen van mijn Bapo (Bevordering Arbeids Participatie Ouderen. Vanaf 52 jaar kun je minder gaan werken als je een eigen bijdrage van 35 % van je salaris betaalt.). In het bericht schrijf ik  onder andere het volgende:

“Bij ons is het vaarwater wat rustiger geworden. Met Anke gaat het redelijk. Na de operatie vanwege haar tumor in de tong en de 33 bestralingen daarna, komt ze langzaam weer tot leven en probeert zo goed en zo kwaad als ze kan de draad weer op te pakken. Lichamelijk lijkt alles tamelijk oké, maar het is natuurlijk ook geestelijk erg moeilijk om weer door te gaan en steeds weer geconfronteerd te worden met je beperkingen. Ze kan namelijk nooit meer vast voedsel eten en ook het feit dat de kanker terug kan komen laten iemand natuurlijk niet onberoerd.
Met mijn vrouw en mij gaat het ook weer een beetje beter. Annie gaat deze week weer voorzichtig aan het werk. Ikzelf hoop na de kerst weer in mijn oude omvang te werken. Momenteel ben ik op AT-basis bijna weer als voorheen in de klas. Toine heeft het een en ander ook goed doorstaan, denk ik. Hij is nu druk bezig met tentamens en hoopt komend jaar af te studeren.”

Kerst

Maar je mag blijkbaar niet optimistisch zijn; het wordt gelijk afgestraft en nauwelijks heb ik het voorgaande geschreven of er treden allerlei complicaties op.
Vlak voor de kerstvakantie vind ik zoals iedereen in het postvak op school veel kaarten van collega’s met de beste wensen voor het nieuwe jaar. Een enkeling heeft moed gevat en brengt deze wensen persoonlijk bij me over, ofschoon het voor mij (en dus ook voor hen) nog steeds moeilijk is over alles te praten. Ik beantwoord hun kaarten met een mail waarin ik iedereen, mede namens de rest van ons gezin, bedank voor alle goede wensen op hun kaart, en ook voor de mondelinge. Leuke feestdagen zullen het niet worden,” schrijf ik er nog bij. “Het nieuwe jaar voorspelt niet veel goeds; Anke moet donderdag in de scan en dan duurt het een poos voordat de uitslag bekend is. Dus de onzekerheid  is groter dan ooit. Nogmaals bedankt en voor iedereen de beste wensen retour en een gezond 2007.”

Want het is alsof de duivel ermee speelt. Ging het tot voor kort wat beter met Anke en daardoor ook met mij, nu is er weer de zoveelste tegnslag die we met zijn alleen moeten verwerken. Anke heeft pijn in haar buik, op de plaats waar de sonde is ingebracht. Ook doen haar keel en mond weer zeer en de slokdarm wordt steeds nauwer waardoor het drinken niet goed meer lukt en waardoor ze als dit zo doorgaat last krijgt met ademhalen. Er moet bekeken worden wat er aan de hand is en daarna zal ze eventueel weer geopereerd moeten worden. Haar hals wordt weer dikker in plaats van minder door de vochtophoping. De pijn is ook weer toegenomen. Alle afspraken moeten schuiven en daardoor gaat Anke helemaal niet meer vooruit. Het is om moedeloos van te worden. Je weet niet wat je ervan moet denken en ik ben doodsbenauwd voor nog meer slecht nieuws. Weer begint een periode van afwachten, van onzekerheid en van spanning. Net zoals een half jaar geleden.

Twee dagen voor kerstmis moet Anke naar het ziekenhuis om aan te sterken. Ze heeft een te laag gewicht, ze is te slap en te moe. In het ziekenhuis krijgt ze bloed toegediend en de pomp met voeding wordt wat ook hoger gezet. De pijn in haar buik wordt nog niet verholpen, waarschijnlijk is er sprake van een ontsteking op de plek waar het slangetje door de buikwand gaat. Ze moet nog even wachten tot na nieuwjaar, de afspraak is gemaakt. Zij kan op 3 januari terecht om de sonde te laten vervangen.

Eigenlijk zou Anke dezelfde dag weer naar huis mogen, maar dat gaat mooi niet door. Haar conditie is te slecht en men wil haar liever even onder controle van de verpleging en de artsen houden. We wachten in spanningaf of Anke en Stijn wel op kerstavond naar Echt kunnen komen om bij ons toch een beetje kerstmis te vieren. Pas in de middag van de vierentwintigste mag Anke uit het ziekenhuis. Als ze bij ons aankomen is Anke doodmoe en moet gaan liggen. Ze is tegenwoordig al moe als ze niets doet, vermoeider haast dan iemand die aan een hardloopwedstrijd heeft meegedaan. We laden alle spullen uit en Anke gaat op de bank in de kamer liggen slapen. We besluiten om te gaan eten, dan hoeft Anke niet te zien wat ze allemaal moet missen. Je kunt je niet goed voorstellen dat zij dus ook met Kerstmis nooit meer zal kunnen eten. Een afschuwelijke gedachte, want juist in deze periode van het jaar is de aandacht voor gezellig eten het grootste en het gemis zo mogelijk nog groter dan tijdens de rest van het jaar.

We proberen niet al te snel te eten en toch van de maaltijd te genieten. Dat is maar goed ook, want Anke is zo vermoeid dat ze aan een stuk door blijft slapen en pas wakker wordt als de tafel grotendeels is afgeruimd. Hierna gaan we de cadeautjes uitdelen en openmaken en ook door de sfeervolle muziek en alle kerstverlichting wordt het toch een min of meer geslaagde kerstavond.

De volgende dag rijden Stijn en Anke terug naar huis, naar Rotterdam en blijven we weer met onze angsten achter.