Archieven

Het is zover

Maandag 03-04-2008
Om 7.45 uur maakt Leo me wakker met een heerlijk kadetje warme grilworst en een bakkie koffie. De tv gaat aan en tijdens het nieuws geniet ik van mijn ontbijtje. Eenmaal beneden ga ik nog even achter de laptop om dit stukje alvast in Word te zetten, de berichtjes in mijn gastenboek te lezen, even te hyven, nog even snel een mailtje versturen en een spelletje toe. Nu is het echt tijd om te douchen en dan gaan we op pad. Precies om 10 uur vertrekken we. Er staat geen file dit keer en om kwart voor 11 melden we ons in de hal van het AVL.

Engelsman? zegt de dame achter de balie. Er is net een meneer naar boven om een kaart voor u af te geven. Dat kan maar één persoon zijn. Ik weet dat een lotgenoot vandaag naar de ACTA moet. Wat jammer nu. En hij is net weg? Leo gaat snel in het restaurant kijken en ik vertel aan de dame van de receptie dat het volgens mij een lange, kale man moet zijn en dat ik hem via internet heb ontmoet en hem dus nog nooit heb gezien.

a281[1]Ze belt meteen naar de 5e verdieping en krijgt te horen dat de kaart is afgegeven en de meneer net een paar minuten weg is. Ik kijk nog één keer in het restaurant en Leo bij de lift maar we hebben hem echt gemist. We vinden het allebei heel erg jammer en gaan naar boven. Als ik me ga melden zie ik de bewuste envelop liggen en krijg hem meteen mee.

We worden verzocht om in het patiëntenrestaurant te wachten tot we worden opgehaald. We gaan helemaal achterin zitten waar een enorme flat screen tv staat en een computer. Ik maak eerst maar snel de post open. Wat een lieve kaart. Een lotgenoot hoef je niks uit te leggen, die weet zonder woorden precies hoe het is om hier te zijn. Het geeft steun als je weet dat een lotgenoot aan je denkt en letterlijk meevoelt. Voordat ik word opgehaald kan ik nog net even achter de pc om een stukje in zijn gastenboek te schrijven.

Ik word geroepen en we gaan naar mijn kamer. Het is de laatste kamer in de gang op afdeling 5C. Als eerste krijg ik het armbandje met de bekende streepjescode om. De geboortedatum en het nummer op het armbandje worden vergeleken met het patiëntendossier. Tijdens het intake gesprek worden vragen gesteld over mijn huidige medicatie.

a282[1]De temperatuur, hartslag en bloeddruk worden gemeten en het operatiejasje en operatiemutsje ligt klaar.

Ik krijg een oxazepam (vroeger heette dit seresta) om rustig te worden voor de operatie. Ik ben de rust zelf maar het is een standaard procedure. Ik hoef me nog niet om te kleden want ik word pas vanaf twee uur verwacht voor de operatie.

a283[1]Ik lig op een tweepersoons kamer. De andere mevrouw is net die morgen geopereerd. Ik ga even kennismaken. Het is een krasse dame uit Utrecht van 88 jaar. Ze is net geopereerd maar is zo helder en kwiek als een 70 jarige. Fietsen, volksdansen en lidmaatschap bij diverse clubs houden haar jong. Volgens mij is kletsen haar grootste hobby.

Na de kennismaking gaan we een rondje lopen en belanden op het dakterras. Een gedeelte is overdekt en in de rondte staan allemaal fleurige bloembakken. Verder genoeg tafeltjes en stoeltjes om te zitten. Er zitten een paar patiënten te roken.

Wachtruimte OK

a284[1]Als we weer terug op de kamer zijn is er net gebeld dat ik naar de OK wachtruimte kan komen. Ze waren al naar me op zoek. Een uur eerder dan gepland, dat is fijn. Ik gebruik de neusspray nogmaals. Nu maar hopen dat het na de narcose het gewenste effect geeft. Ik kleed me snel om, mutsje op en ga in mijn bed liggen.

a285[1]Dit keer kan ik zien wat er om me heen gebeurd. Je word met bed en al naar de wachtruimte gereden. Leo loopt nog even een stukje mee. We gaan met de lift naar de 2e etage. Nog even gedag zeggen en dan gaat Leo door naar beneden en wij volgenden de bordjes naar de wachtruimte. Nu kan ik zien dat er aparte bordjes staan naar de wachtruimte voor de PDT, gelukkig gaan wij de andere kant op.

a286[1]In de wachtruimte voor de operatiekamer kunnen 4 bedden staan. Er is één zuster aanwezig die gezellig loopt te kwekken. De naald voor het infuus en narcose wordt in mijn hand gebracht. Het prikje voel je even maar doet geen pijn.

We kletsen nog wat en ondertussen moet ik overstappen op een soort brancard en krijg een dikke voorverwarmde deken over mij heen. Dit omdat de temperatuur in de operatiekamer niet al te hoog is en om onderkoeling tegen te gaan vertelt ze.

De volgende patiënt wordt binnengereden en ik word naar de operatiekamer gebracht.

Operatiekamer

a287[1]Ik kijk goed om me heen en probeer alles zo goed mogelijk in mij op te nemen. Je komt hier tenslotte ook niet elke dag. De operatiekamer ziet eruit zoals ik het me voorgesteld had. Grote lampen aan het plafond en veel elektrische apparatuur.

a288[1]Zo langzaamaan komt iedereen binnendruppelen. De narcotiseur en assistent, de operatiezuster en een assistent operatiearts komen zich voorstellen. Stom, ik ben vergeten te vragen wie de operatie doet. Ik vraag nog even of ze meteen de rest van de keel bekijken als ik toch onder narcose ben en ze beloven het te doen. Er worden 2 steunen waarop mijn armen kunnen rusten aan de brancard gezet.

Het infuus wordt aangesloten. Er hangt een zak met doorzichtige vloeistof aan. Het heet ringerlactaat. De narcositeur legt uit dat er natuurlijke stoffen inzitten die normaal door het lichaam worden aangemaakt. Verder zie ik nog een flesje hangen met de naam perfalgan. Perfalgan is een vloeibare pijnstiller (paracetamol).

a289[1]Dan krijg ik een kapje op mijn neus en wordt gevraagd diep in te ademen.Ik probeer aan iets leuks te denken en ben direct vertrokken.

Als ik het goed begrepen heb gaat de narcosevloeistof via een injectie in het infuusje naar binnen maar daar maak ik niks meer van mee.

Uitslaapkamer

Na de operatie ga je enige tijd naar de recovery. Daar wordt onder andere je hartritme, bloeddruk en ademhaling gecontroleerd. Indien nodig krijg je pijnstilling. De medewerkers van de recovery beoordelen in overleg met de anesthesioloog wanneer je terug kunt naar de verpleegafdeling waar je bent opgenomen.

De wachtruimte OK en de uitslaapkamer ofwel recovery is in dezelfde ruimte. Ik heb geen idee of er nog meerdere patiënten aanwezig zijn.
Ik word een beetje wakker gemaakt op de uitslaapkamer. De keel doet enorm pijn en zoals beloofd heb ik zuurstof in. Ik kan ademhalen is het eerste wat ik denk en slaap weer.

a290[1]Even later maken ze me weer wakker en vertellen dat alles goed gegaan is maar dat de tong wel gehecht is. Al het foute weefsel is weggesneden. Ik moet huilen. Omdat ik erg veel pijn heb mag ik nog niet terug naar de afdeling. Ik krijg een extra injectie tegen de pijn.

Later gaat het wat beter. De zuster vertelt dat Leo al op me zit te wachten en dat ik zo word opgehaald. Met bed en al word ik naar mijn kamer gereden maar ik ben me van niks bewust.

Terug op zaal

a291[1]Tegen half 5 ben ik pas weer op zaal. Als ik terug kom zit Leo al te wachten. Het duurde erg lang vertelde hij. Leo heeft van de zuster al gehoord dat alles goed gegaan is. Ik heb wel een neusbloeding gehad maar dat is heel normaal. Dit komt omdat de beademingsbuis (zie foto) door de neus is gegaan in plaats van door de keel. Dit kan niet anders omdat de chirurg er anders last van heeft tijdens de operatie. Na een tijdje komt Stefan ook op bezoek. Met z’n tweetjes gaan ze beneden wat eten en kan ik nog even mijn ogen dicht doen. Leo is moe en gaat rond half 8 naar huis. Stefan blijft nog even bij me. Als ik praat klinkt mijn stem heel schor en zacht en lijkt het alsof ik het voel bloeden in de keel.

Op het moment dat ik dit stukje in mijn schrijfblok noteer is het donderdagavond 21.15 uur en ik heb behoorlijk veel pijn. Er zijn alweer genoeg zetpillen ingeduwd en voor de nacht krijg ik nog een injectie tegen de pijn. Ik denk dat ik koorts heb en ben verschrikkelijk moe.

a292[1]Toch wil ik alles opschrijven want als het achteraf moet weet ik het niet meer. Tijdens het schrijven moet ik stoppen om te rusten en mijn ogen even dicht te doen. Na een uurtje ben ik er weer even. Mijn keel en tong doen zeer en ik durf niet te drinken. Spoelen met ijswater lukt wel. Later lukt het om een klein slokje te drinken.

a293[1]Het is inmiddels middernacht en ik ben zo moe dat ik telkens wegval. Zodra ik mijn ogen open schrijf ik weer wat. Ik moet telkens huilen. Ik verslik me in een slokje water en de boel bloed weer. Toevallig komt de nachtzuster zich net voorstellen en ze gaat vers ijswater halen om te spoelen. Ik denk dat ik koorts heb en ben heel moe. Ik stuur Leo nog een paar sms’jes en doe even mijn ogen dicht. Om 2 uur in de nacht word ik weer wakker en leg het schrijfblok nu maar weg.

afb025aIk lig nog half rechtop en wil wat platter liggen. Dat lukt niet. Ik word direct misselijk en moet braken. Waarschijnlijk komt dit doordat er wat bloed in de maag is gekomen. Ik krijg een zetpil tegen de misselijkheid en het bed gaat weer wat hoger. Ik word nog wel een paar keer wakker vannacht maar ben niet meer misselijk.

Heb bewondering, maar zonder jaloers te zijn.