Archieven

PGB en meer

Onderstaande info komt van de PGB-pagina van ZorgWijzer. Op de website van ZorgWijzer staat nog veel meer nuttige informatie. Zo kun je er bijvoorbeeld in 1 oogopslag zien welke zorgverzekeringen er zijn en welke premies ze berekenen. De reeds bekende wijzigingen per 2016 en nog veel meer nuttige info vind je in het hoofdstuk “algemeen”.
Klik hier voor de link naar de ZorgWijzer

Hoe kom ik in aanmerking voor het PGB?

Het persoonsgebonden budget (PGB) is een subsidie van de overheid waarmee mensen zorg kunnen inkopen die zij nodig hebben. Denk hierbij aan begeleiding, persoonlijke verzorging en verpleging. Een alternatief voor het persoonsgebonden budget is zorg in natura.

Het verschil tussen PGB en zorg in natura

Met een persoonsgebonden budget bepaal je  zelf welke zorgverleners jou gaan ondersteunen en hoe je de zorg precies ontvangt. Met jouw persoonlijke budget ga je dus zelf zorgverleners contracteren, betalen en de bijbehorende administratie bijhouden. Verder moet je verantwoording afleggen aan het zorgkantoor.

Zorg in natura is de hulp die door zorginstellingen wordt geleverd, bijvoorbeeld thuiszorgorganisaties. De zorgaanbieder die je de zorg levert, bepaalt welke zorg je krijgt en hoe je de zorg krijgt. De zorgaanbieder levert zorg en organiseert voor jou de administratie. Jij kunt met de zorgaanbieder duidelijke afspraken maken over de manier waarop je zorg krijgt. Vaak is daarin veel mogelijk.

Als je een PGB hebt en meerdere soorten zorg nodig denkt te hebben, dan kun je wellicht een mengvorm van zorg in natura en een PGB gebruiken.

PGB aanvragen

Je kunt op twee manieren in aanmerking komen voor een PGB, namelijk via:

  • Een Wmo indicatie: hiervoor neem je contact op met het zorgloket van jouw gemeente
  • Een AWBZ indicatie: hiervoor neem je contact op met het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg) of Bureau Jeugdzorg (tot 18 jaar)

Wmo indicatie

Bij het zorgloket van de gemeente kun je als burger terecht als je hulp nodig hebt in het huishouden, voor begeleiding van activiteiten of voor voorzieningen en aanpassingen in jouw huis (rolstoel, traplift). Tijdens het gesprek met de gemeente wordt gekeken op hoeveel hulp en ondersteuning jij recht hebt en kies je vervolgens zelf voor een PGB of voor zorg in natura.

AWBZ indicatie

Een AWBZ indicatie wordt aangevraagd bij het CIZ. Zij bekijken jouw persoonlijke situatie. Er wordt in kaart gebracht op welke zorg jij recht hebt: persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding bij activiteiten en/of verblijf in een zorginstelling. Vervolgens kun je kiezen of je gebruikt wilt maken van zorg in natura of het persoonsgebonden budget. Let op: 80-plussers kunnen een indicatie rechtstreeks aanvragen bij een AWBZ instelling. De instelling informeert het CIZ hierover.

Voorwaarden (voor nieuwe PGB-aanvragen)

Sinds 2013 zijn er wat nieuwe voorwaarden verbonden voor het krijgen van een PGB:

Als er louter sprake is van begeleiding en voor minder dan tien uur perk week, kan de aanvrager alleen zorg ontvangen van instellingen en zelfstandigen die zijn gecontracteerd door het zorgkantoor (dit valt onder zorg in natura). Deze 10-uurs regel geldt tenzij meer mensen binnen het gezin een indicatie hebben voor begeleiding. In dat geval worden alle uren begeleiding van beide gezinsleden bij elkaar opgeteld. Als de aanvrager ook recht heeft op persoonlijke verzorging of verpleging heeft hij/zij wel recht op een PGB.

Uitbetaling PGB

Het budget van het PGB wordt jaarlijks door het ministerie van VWS vastgesteld. Het bedrag wordt door het Nederlandse zorginstituut verdeeld over de zorgkantoren. Het budget wat de verzekerde (budgethouder) krijgt, wordt vastgesteld door het zorgkantoor. Zij betalen het PGB uit in voorschotten. Dit kan per maand, per kwartaal of per jaar. Het budget kun je gebruiken om zorg in te kopen. Je kunt daarvoor zelf zorgverleners selecteren en hen betalen voor hun diensten.

De budgethouder mag het PGB ook gebruiken voor andere zorg dan geïndiceerde zorg. Zo mag een verzekerde die is geïndiceerd voor langdurig verblijf het PGB ook gebruiken voor het betalen van huishoudelijke hulp. Wel moet je zelf de administratie bijhouden en verantwoording afleggen aan het zorgkantoor voor je uitgaven.

Uitbetaling voorschotten PGB

Per 2014 vindt de uitbetaling van de PGB-voorschotten niet meer per jaar of half jaar plaats, maar:

  • Is je netto PGB minder dan 15.000 euro per jaar? Dan worden de voorschotten per kwartaal uitbetaald.
  • Is je netto PGB meer dan 15.000 euro per jaar? Dan wordt het voorschot per maand uitbetaald.

Verantwoording PGB zorg

Het afleggen van verantwoording kan middels een speciaal formulier die één of twee maal per jaar moet worden ingevuld. Het zorgkantoor controleert het formulier op juistheid. De budgethouder moet naast het verantwoordingsformulier ook een opgaafformulier loonbelasting invullen waar de zorgverleners worden genoemd die nog belasting en premies moeten afdragen. Dit formulier wordt vervolgens naar de belastingdienst gestuurd.

Niet besteed PGB

Het deel PGB dat niet is uitbesteed moet worden terugbetaald aan het zorgkantoor. Hier zijn bepaalde grenzen aan verbonden. 1,5 procent van het budget (na aftrek van eigen bijdragen) is vrij besteedbaar en hoeft met een maximum van 1250 euro per jaar niet te worden terugbetaald.

PGB in het buitenland

Als de verzekerde niet in Nederland woont, kan hij of zij geen PGB krijgen. Wel mag de budgethouder zorg in het buitenland inkopen. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:

  • Als zorg in het buitenland wordt ingekocht bij lokale zorgverleners moet dit worden gemeld aan het zorgkantoor (als dit geldt voor een periode langer dan zes weken)
  • Het PGB mag maximaal dertien weken per jaar worden gebruikt voor het inkopen van zorg in het buitenland (bij terminale zorg, maximaal één jaar)

Overstappen

Aan het eind van ieder jaar is het mogelijk om van zorgverzekering te wisselen. Voor Nederlanders die een Pgb ontvangen kan het zijn dat wanneer je overstapt van zorgverzekeraar er opnieuw een Pgb aangevraagd moet worden. Je huidige zorgverzekering vergelijken kan wel een financieel voordeel opleveren.

Overheveling PGB naar zorgverzekeringswet (Zvw)

Vanaf 1 januari 2015 zijn er rond het PGB een aantal hervormingen doorgevoerd. Zo zijn zorgverzekeraars vanaf nu verantwoordelijk voor het organiseren van persoonlijke verzorging en wijkverpleging. Huishoudelijke hulp, dagbesteding en andere ondersteuning worden door de gemeente geregeld. In het kort betekent dit dat het PGB wordt verankerd in de Zwv. In dit artikelvind je meer informatie over het PGB en de veranderingen binnen de AWBZ. Ook staat er meer informatie over de aanvraag van AWBZ zorg.

Links over financiele zaken en verzekering

Postbus 51.nl
Deze brochure biedt een overzicht van alle bestaande regelingen voor mensen met een chronische ziekte, handicap of hoge leeftijd.

PGB 
Op deze site kun je informatie vinden over bijvoorbeeld het persoonsgebonden budget.

Atlas van Zorg & Hulp
Online wegwijzer in de wereld van zorg & welzijn

Belastingdienst
Op deze site kun je informatie vinden over allerlei verschillende aftrekbare kosten. De info in het openingsscherm gaat over het actuele belastingjaar. Via het aangifte programma kun je ook de info over de voorgaande jaren bekijken. De aftrekposten kunnen per jaar verschillen.

Centraal Administratie Kantoor
Op deze site vind je informatie over vergoedingen en bijdragen in de zorg, waaronder informatie over de compensatie van het eigen risico.

IZZ
Kies voor werknemer. Daarna zie je rechts boven in de donkerpaarse balk de zoekfunctie. Tik daarin de tekst “vervoerskosten” en klik op enter. Op het beeld dat nu verschijnt kun je klikken op het onderwerp waar je wat over wilt weten. Onder “declareren” kun je het declaratieformulier vervoerskosten downloaden. Helemaal onder op deze pagina kun je het aanvraagformulier Medische Verklaring Zittend vervoer downloaden.

UNIVE
Rechts boven in de rode balk zie je de zoekfunctie. Tik daarin de tekst “zittend vervoer” en klik op “zoek”. Op het beeld dat nu verschijnt kun je kiezen op het onderdeel waar je wat over wilt weten. Ook kun je hier het aanvraagformulier Medische Verklaring Zittend vervoer downloaden.

Belasting en erven

Weet u dat u een erfenis nalaat? En vraagt u zich af wat u tijdens uw leven al kunt regelen? Of is iemand in uw omgeving overleden en krijgt u een erfenis? In deze brochure leest u meer over erven en de erfbelasting.

1 Voor wie is deze brochure?
Deze brochure is voor u bedoeld, als u:
— weet dat u een erfenis nalaat en nadenkt over de gevolgen voor uw erfgenamen
— na een overlijden in uw omgeving te maken krijgt met belastingzaken
U laat een erfenis na
In deze brochure leest u:
— hoe uw erfenis wordt verdeeld als u zelf niets regelt (hoofdstuk 2)
— wat u zelf al kunt regelen tijdens uw leven (hoofdstuk 3)

U krijgt te maken met belastingzaken na een overlijden
In deze brochure leest u:
— welke belastingzaken spelen bij een overlijden (hoofdstuk 4)
— hoe u de inkomstenbelasting van de overledene afhandelt (hoofdstuk 5)
— welke gevolgen het overlijden heeft voor uw eigen inkomstenbelasting (hoofdstuk 6)
— of u erfbelasting moet betalen (hoofdstuk 7)
— hoe u aangifte erfbelasting doet en betaalt (hoofdstuk 8)
De bedragen in deze brochure gelden voor 2010. Overal waar in deze brochure ‘hij’ of ‘zijn’ staat, kunt u ook ‘zij’ of ‘haar’ lezen.

2 Erfrecht
Als iemand overlijdt, gaat zijn erfenis naar de erfgenamen. Een erfenis bestaat uit alle bezittingen en schulden die een overledene achterlaat. Erfgenamen zijn personen of instellingen die door het overlijden iets krijgen uit de erfenis van de overledene. Hiermee bedoelen we ook personen die een legaat krijgen. Een legaat is een bepaald onderdeel van de erfenis, bijvoorbeeld een kostbaar voorwerp of een geldbedrag, waarvan de overledene in zijn testament heeft vastgelegd dat het naar een bepaalde persoon gaat. Wie de erfgenamen zijn en hoe een erfenis wordt verdeeld, is geregeld in het Burgerlijk Wetboek. In een testament kan worden afgeweken van deze regels. In dit hoofdstuk leest u hoe het erfrecht is geregeld. Daarna volgt in hoofdstuk 3 een korte uitleg over wat u tijdens uw leven al kunt regelen, bijvoorbeeld met een testament.

2.1 Wie erven er volgens de wet?
Zonder testament zijn de bloedverwanten de enige erfgenamen. De wet rekent de echtgenoot of de geregistreerde partner ook tot bloedverwanten. Staat u als partner geregistreerd in de burgerlijke stand? Dan hebt u dezelfde rechten als een echtgenoot. Waar u in deze folder ‘echtgenoot’ leest, kunt u ook ‘geregistreerd partner’ lezen. Let op! Geregistreerd partner zijn, is wat anders dan samenwonen. Staat u op hetzelfde adres ingeschreven bij uw gemeente en heeft u een samenlevingscontract afgesloten bij de notaris? Dan geeft het Burgerlijk Wetboek u weinig rechten. Wilt u elkaar tot erfgenaam benoemen? Dan moet u dat regelen in uw testament.

2.1.1 Bloedverwanten
Bloedverwanten zijn bijvoorbeeld kinderen, ouders, grootouders, broers en zussen. De wet behandelt de echtgenoot of geregistreerd partner van de overledene alsof hij een bloedverwant is. Bloedverwanten kunnen via de rechte lijn of via een zijlijn aan elkaar verwant zijn. Ze zijn via de rechte lijn verwant als ze van elkaar afstammen. Dit geldt voor ouders, kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen, enzovoort. Bloedverwanten zijn via een zijlijn aan elkaar verwant, als ze niet van elkaar afstammen, maar wel een
gemeenschappelijke voorouder hebben. Dit geldt bijvoorbeeld voor broers en zussen en neven en nichten. Aangetrouwde familieleden zijn geen bloedverwanten, maar aanverwanten. Zij kunnen dus niets erven van de overledene als er geen testament is.

2.1.2 Vier groepen bloedverwanten
Volgens de wet zijn de bloedverwanten in vier groepen verdeeld.

Groep 1: echtgenoot of geregistreerd partner en eigen kinderen De echtgenoot of geregistreerd partner (niet van tafel en bed gescheiden) en de kinderen erven ieder een even groot deel van de erfenis. Kleinkinderen erven als hun vader of moeder al is overleden. De kleinkinderen komen dan in de plaats van hun overleden ouder. Dit wordt plaatsvervulling genoemd.

Groep 2: ouders, broers, zussen
Zijn er geen erfgenamen in groep 1? Dan erven de ouders en broers en zussen ieder een even groot deel. Ouders krijgen elk minimaal een kwart. De (klein)kinderen van de broers en zussen erven door plaatsvervulling als hun vader of moeder al is overleden. Halfbroers en -zussen erven de helft van wat broers en zussen erven.

Groep 3: grootouders
Als er geen erfgenamen meer zijn in de groepen 1 en 2, dan erven de grootouders. Elk grootouder krijgt een even groot deel. Ook hier kunnen (klein)kinderen in plaats van de grootouders erven als deze zijn overleden.

Groep 4: overgrootouders
Als erfgenamen uit de groepen 1, 2 en 3 ontbreken, erven de overgrootouders. Elke persoon krijgt een even groot deel. Ook hier is plaatsvervulling door (klein)kinderen van de overgrootouders mogelijk.
De erfopvolging gaat niet verder dan groep 4. Als in groep 4 geen erfgenamen meer in leven zijn, krijgt de Staat de erfenis.

Aanverwantschap
Als u aangetrouwd familielid bent, wordt u gelijkgesteld aan uw echtgenoot die bloedverwant is. Is uw echtgenoot bijvoorbeeld kind van de overledene, dan geldt u voor het erfrecht ook als kind van de overledene.
Deze regeling gaat echter alleen op voor:
— beide echtgenoten zolang het huwelijk bestaat
— de overblijvende echtgenoot als het huwelijk door de dood is beëindigd

2.1.3 Wettelijke verdeling
Heeft de overledene geen testament gemaakt? En was hij getrouwd of geregistreerd partner en zijn er kinderen? Dan geldt de wettelijke verdeling. De hele erfenis gaat naar de echtgenoot die overblijft na het overlijden van de andere echtgenoot (de langstlevende echtgenoot). De kinderen hebben recht op een deel van de erfenis, maar zij krijgen dit nog niet. Hun erfdeel wordt omgerekend in geld. Voor dit bedrag heeft de langstlevende echtgenoot een schuld aan de kinderen. De kinderen moeten in deze situatie wel aangifte doen voor de erfbelasting. Voor de waardering van deze schuld bestaan speciale regels. In de toelichting bij het aangifteformulier erfbelasting worden deze regels uitgelegd. Voorbeeld Een overledene laat een echtgenoot en twee kinderen achter. Het echtpaar bezat een woning met een waarde van € 300.000 en € 60.000 spaargeld. Het echtpaar had geen afspraken gemaakt over huwelijkse voorwaarden. Er is geen testament. De helft van alle bezittingen is eigendom van de langstlevende echtgenoot. Dat is € 150.000 voor de woning en € 30.000 spaargeld, in totaal € 180.000. De erfenis van de overledene bestaat uit de andere helft van de bezittingen. Er zijn drie erfgenamen, die allemaal recht hebben op een even groot deel van € 60.000. De kinderen krijgen hun erfdeel nog niet, dat gebeurt pas na het overlijden van de langstlevende echtgenoot. Tot die tijd heeft de langstlevende echtgenoot bij ieder kind een schuld van € 60.000. De kinderen moeten erfbelasting betalen over € 60.000. Als de langstlevende echtgenoot overlijdt, dan krijgen de kinderen eerst de € 60.000 per persoon die al van hen was. Over dat bedrag hebben zij al erfbelasting betaald, dus dat hoeven ze niet nog eens te doen. De erfenis van de langstlevende echtgenoot is (€ 180.000 + € 60.000 =) € 240.000. Hiervan krijgt ieder kind € 120.000. Over dit bedrag moeten zij nu erfbelasting betalen.

3 Wat kunt u tijdens uw leven al regelen?
Eens komt de tijd dat uw erfgenamen uw bezittingen krijgen. U kunt hiervoor het nodige regelen:
— Met een testament kunt u afwijken van de wettelijke regels (3.1).
— Door schenkingen tijdens uw leven zorgt u voor een kleinere erfenis (3.2).
— In een codicil kunt u bepaalde zaken nalaten aan bepaalde personen (3.3).
— Als u samenwoont, kunt u in het samenlevingscontract het nodige regelen (3.4).

3.1 Wat kunt u regelen in een testament?
In een testament is onder meer het volgende mogelijk:
— U kunt afwijken van de regels voor erven die de wet geeft.
— U kunt aangeven wie de erfgenamen zijn en voor welk gedeelte.
— U kunt in een legaat vastleggen dat een bepaald onderdeel van de erfenis, bijvoorbeeld een kostbaar voorwerp of een geldbedrag, naar een bepaalde persoon gaat.
— U kunt zorgen dat personen en instellingen die volgens de wet niets erven, een deel van de erfenis krijgen.
— U kunt uw erfgenamen meer laten erven dan zij volgens de wettelijke regels erven.
— U kunt bepalen dat erfgenamen minder, of helemaal niet, erven. Houd dan wel rekening met het wettelijk erfdeel (zie 3.1.1).
— U kunt ‘vrij van recht’ of ‘netto’ laten erven.
— U kunt een executeur benoemen die zorgt voor de uitvoering van uw testament.
3.1.1 Wettelijk erfdeel
Kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen hebben altijd recht op hun wettelijk erfdeel. (Het wettelijk erfdeel wordt ook wel ‘legitieme portie’ genoemd.) Het wettelijk erfdeel is de helft van het erfdeel waar kinderen recht op zouden hebben als er geen testament was (zie 2.1.3). Als u in uw testament bepaalt dat uw kinderen niets erven, kunnen zij toch hun wettelijk erfdeel opeisen. Zij moeten dit wel doen binnen vijf jaar na het overlijden. Echtgenoten, geregistreerde partners, ouders en (over)grootouders hebben geen recht op een wettelijk erfdeel.

Let op!
Ook schenkingen die een ouder tijdens zijn leven heeft gedaan, horen bij het wettelijk erfdeel.

Voorbeeld 1
Een echtgenoot en drie kinderen krijgen zonder testament ieder 1/4 van de erfenis. Als uit het testament blijkt dat de kinderen alleen het wettelijk erfdeel krijgen en de echtgenoot de rest, is de verdeling als volgt:
– de echtgenoot krijgt de helft van de erfenis
– ieder kind én de echtgenoot krijgen elk 1/4 van de helft van de erfenis
– de kinderen krijgen dus 1/8 deel van de totale erfenis
– de echtgenoot krijgt de helft + 1/8 deel van de totale erfenis

Voorbeeld 2
Herbert overlijdt. Zijn erfenis bestaat een woning van € 200.000 en een bankrekening met daarop € 100.000. De enige nog levende familieleden van Herbert zijn zijn zoon Raymond en dochter Magda. Herbert heeft in zijn testament bepaald dat de hele erfenis naar Raymond gaat. Magda eist haar wettelijk erfdeel op. Als er geen testament zou zijn, dan zou Magda recht hebben op de helft van (€ 200.000 + € 100.000 =) € 300.000, dus € 150.000. Haar wettelijk erfdeel is daar weer de helft van, dus € 75.000.

3.1.2 Erfenis of legaat ‘vrij van recht’
‘Vrij van recht’ laten erven, betekent dat u in uw testament vastlegt dat een of meer erfgenamen geen erfbelasting hoeven te betalen over hun deel van de erfenis. De erfbelasting daarover wordt dan betaald uit de rest van de erfenis. Dit wordt ook wel ‘netto’ erven genoemd.

3.1.3 Meer informatie over testamenten
Voor meer informatie over testamenten kunt u terecht bij een notaris. Ook op de website www.notaris.nl vindt u informatie hierover.

3.2 Verkleinen erfenis door schenking
U kunt tijdens uw leven schenkingen doen. Bedragen tot € 2.000 (tot € 5.000 bij schenking aan kinderen) zijn vrij van schenkbelasting. Met deze (belastingvrije) schenkingen kunt u uw bezittingen alvas geleidelijk op uw erfgenamen of op anderen laten overgaan. Door deze geleidelijke overgang is de erfenis kleiner. Daarom hoeven de erfgenamen meestal
minder erfbelasting te betalen.

Let op!
Schenkingen die binnen 180 dagen vóór het overlijden zijn gedaan, worden voor de erfbelasting gezien als erfenis. Over deze schenkingen moet dus erfbelasting worden betaald. De schenkbelasting die eerder over deze schenkingen is betaald, wordt verrekend met de erfbelasting. De eenmalig verhoogde vrijstelling geschonken aan kinderen tussen de 18 en de 35 jaar telt niet mee voor de erfenis. Meer informatie over schenken Meer informatie over schenken vindt u op www.belastingdienst.nl en in de brochure Belasting en schenken. Deze brochure kunt u downloaden op www.belastingdienst.nl of bestellen bij de BelastingTelefoon: 0800-0543.

3.3 Het codicil
Zonder testament kunt u in beperkte zin ook bepalen wat er na uw overlijden moet gebeuren. Dat kan door het maken van een zelf geschreven, gedateerde en ondertekende verklaring. Dit wordt een codicil genoemd. Geld, onroerende zaken en een executeur kunt u niet toewijzen met een codicil. In een codicil kunt u vastleggen:
— door wie en hoe de uitvaart moet worden geregeld
— welke roerende zaken als meubels, persoonlijke sieraden en kleren aan wie worden toegewezen.

Voor meer informatie over het codicil kunt u terecht bij een notaris. Ook op de website www.notaris.nl vindt u informatie hierover.

3.4 Samenwonen en erven
Samenwoners erven niet automatisch van elkaar. Zonder kinderen en testament gaat de erfenis van de overledene naar zijn ouders, broers en zussen. Samenwoners kunnen een samenlevingscontact afsluiten en daarin wel regelen dat bepaalde zaken na het overlijden van de ene partner eigendom van de andere partner worden. De langstlevende partner erft die zaken dan niet, maar krijgt ze op grond van het samenlevingscontract. Hij moet daarover wel erfbelasting betalen.

Voorbeeld
Twee vrienden, Jeroen en Jasper, wonen samen. Ze hebben een samenlevingscontract. In dit contract staat dat als één van hen overlijdt, de ander de woning krijgt die zij samen hebben gekocht. Jeroen overlijdt, hij laat de helft van de woning en een spaarrekening van € 40.000 na. Er is geen testament. Op basis van het samenlevingscontract wordt Jasper eigenaar van de hele woning. Het bedrag op de spaarrekening gaat naar de erfgenamen van Jeroen. De erfgenamen van Jeroen betalen erfbelasting over € 40.000. Jasper betaalt erfbelasting over de waarde van de helft van het huis.

4 Afhandeling belastingzaken na overlijden
Het overlijden van uw partner, kind of familielid is ingrijpend. In deze moeilijke tijd moet u vaak veel regelen. Op de website www.overlijden.overheid.nl staan de zaken waar u aan moet denken, op een rij. Bij deze zaken horen ook belastingzaken, die wij hierna voor u
verder toelichten.
Voor de belasting kunt u te maken krijgen met:
— belastingzaken van de overledene die u moet afhandelen (hoofdstuk 5)
— gevolgen voor uw eigen aangifte voor de inkomstenbelasting (hoofdstuk 6)
— eventuele erfbelasting die u moet betalen over uw erfenis (hoofdstuk 7)

Let op!
Wanneer de overledene niet in Nederland stond ingeschreven, moet u het bericht van het overlijden zo snel mogelijk schriftelijk melden bij de Belastingdienst/kantoor Buitenland, afdeling klantregistratie, Postbus 2865, 6401 DJ Heerlen, Nederland. Doe daarbij een kopie van de overlijdensakte en uw naam en adres. Vermeld ook naam, adres en burgerservicenummer van de overledene. U kunt een notaris benaderen voor het opmaken van een verklaring van erfrecht. Deze verklaring hebt u nodig om toegang te krijgen tot de rekeningen van de overledene of om papieren te wijzigen die op naam van de overledene staan.

5 Inkomstenbelasting overledene
Ook voor iemand die is overleden, moet aangifte inkomstenbelasting worden gedaan. Als de overledene voor het jaar van overlijden aangifte deed, dan wordt enkele maanden na het overlijden automatisch een aangifteformulier toegestuurd. In de aangifte geeft u de inkomsten en aftrekposten aan die de overledene in de aangifteperiode had.

5.1 Voorlopige aanslag
De voorlopige aanslag van de overledene moet zo snel mogelijk worden stopgezet. Als u partner van de overledene was, is de voorlopige aanslag vaak gebaseerd op de geschatte inkomsten van uzelf en de overledene. Daarom moet u de voorlopige aanslag over het lopende kalenderjaar mogelijk wijzigen. Met het aangifteprogramma of met het formulier Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2010 kunt u uw te ontvangen of te betalen voorlopige aanslag 2010 wijzigen of stopzetten.

5.2 Aangifte doen
Als u aangifte doet voor de inkomstenbelasting van een overledene, dan kunt u het F-formulier gebruiken. Dit formulier ontvangt u na het overlijden. Hebt u als nabestaande geen F-formulier ontvangen? Dan kunt u dit formulier aanvragen bij de BelastingTelefoon: 0800-0543.

5.2.1 Fiscale partners: aangifte doen met programma
U kunt, als u fiscale partners was, het aangifteprogramma gebruiken om aangifte te doen voor uw overleden partner. Dit kan alleen na afloop van het jaar van overlijden. U moet er dan wel voor kiezen om voor het hele jaar van overlijden als elkaars fiscale partner te worden beschouwd.

Uw verzoek voor fiscaal partnerschap voor het hele jaar waarin uw partner is overleden, doet u samen met de vertegenwoordiger van de erfgenamen van uw overleden partner of huisgenoot. In veel gevallen bent u dat zelf. Fiscaal partnerschap heeft niet alleen invloed op de inkomstenbelasting, maar ook op de toeslagen. Meer informatie over fiscaal partnerschap vindt u op www.belastingdienst.nl, in de helpfunctie van het aangifteprogramma inkomstenbelasting en in de toelichting bij het
aangifteformulier. Meer informatie vindt u ook in de folder Als u gaat samenwonen. Deze folder kunt u downloaden of aanvragen bij de BelastingTelefoon: 0800-0543.

5.2.2 Geen fiscale partners: aangifte doen met F-formulier
Als u niet voor het hele jaar van overlijden kiest voor fiscaal partnerschap, dan kunt u voor uzelf met het aangifteprogramma aangifte doen. Voor uw overleden partner of huisgenoot moet u dan het F-formulier gebruiken.

5.3 Heffingskortingen overledene
Afhankelijk van de persoonlijke situatie van de overledene kreeg deze heffingskortingen. Dit betekent dat hij of zij minder belasting hoefde te betalen. De voormalige werkgever, de uitkeringsinstantie of het pensioenfonds van de overledene, houdt rekening met bepaalde heffingskortingen. Andere heffingskortingen worden rechtstreeks door de
Belastingdienst verrekend met de belasting die betaald moet worden. Meer informatie over heffingskortingen vindt u op www.belastingdienst.nl. Hier kunt u ook de brochure Boxen en heffingskortingen in de inkomstenbelasting downloaden. Of bel de BelastingTelefoon: 0800-0543.

5.4 Meer informatie over inkomstenbelasting na overlijden
Meer informatie over inkomstenbelasting na overlijden vindt u op www.belastingdienst.nl. U kunt hiervoor ook bellen met de Belastingtelefoon: 0800-0543.

6 Gevolgen overlijden voor uw aangifte inkomstenbelasting
Het overlijden kan de volgende gevolgen hebben voor uw aangifte inkomstenbelasting:
— U deed eerder geen aangifte, maar moet dat nu wel doen (6.1).
— Uw aangifte inkomstenbelasting verandert (6.2).
— U moet inkomstenbelasting betalen over uw deel van een onverdeelde erfenis (6.3).
— U moet inkomstenbelasting betalen over inkomsten van de overledene die bij uw
inkomen worden opgeteld (6.4).
— U kunt misschien specifieke zorgkosten aftrekken (6.5).
— U komt misschien in aanmerking voor heffingskortingen (6.6).
— U kunt misschien een teruggaaf aanvragen (6.7).

6.1 Eerder geen aangifte, na overlijden wel
Het kan zijn, dat u tot nu toe geen aangifte deed. Als uw partner is overleden, moet u nu mogelijk wel aangifte doen. Dit is bijvoorbeeld het geval als u, naast een AOW-uitkering, een eigen woning hebt waarvoor nog rente wordt betaald. Dat is een aftrekpost, die opgegeven moet worden. Krijgt u nu ook een pensioenuitkering? Dan moet u misschien ook belasting betalen. Als u aangifte doet, kunt u mogelijk belasting terugkrijgen. Ook kunnen er andere heffingskortingen van toepassing zijn, of u hebt andere aftrekposten.

6.2 Mogelijke veranderingen in uw aangifte
Als u eerder wel aangifte inkomstenbelasting deed, kan uw aangifte na een overlijden veranderen om de volgende vier redenen:
— Over uw deel van een onverdeelde erfenis moet u mogelijk inkomstenbelasting betalen
(6.3).
— U kunt te maken krijgen met inkomsten van de overledene die zijn ontvangen na de datum van overlijden (6.4).
— Mogelijk kunt u verzorgings- en ziektekosten aftrekken als specifieke zorgkosten (6.5).
— Uw heffingskortingen veranderen (6.6).

6.3 Inkomstenbelasting over uw deel onverdeelde erfenis
Als u samen met anderen een erfenis hebt, kan het zijn dat deze erfenis pas later wordt verdeeld. U moet als erfgenaam voor uw eigen deel van (de inkomsten uit) de onverdeelde erfenis aangifte doen. Dit wordt ook wel de onverdeelde boedel genoemd. Denk hierbij aan een spaarrekening die bij de erfenis hoort. U geeft dan uw deel van de spaarrekening aan in
box 3 als spaartegoed.

Let op!
Als een notaris de onverdeelde erfenis beheert, kunt u hem vragen om een opgaaf van de bedragen die u moet aangeven.

6.4 Inkomsten overledene
Inkomsten die u hebt ontvangen na het overlijden van de belastingplichtige, horen bij het inkomen van u als erfgenaam. Het kan gaan om:
— inkomsten uit werk en woning (box 1)
— inkomsten uit aanmerkelijk belang (box 2)
— voordeel uit sparen en beleggen (box 3)
Ook uitgaven die de overleden belastingplichtige nog moest betalen, worden meegerekend. Het kan zijn dat na het overlijden loon, uitkering, provisie of een winstdeling is uitbetaald. Dit wordt ook wel postume inkomsten genoemd. U moet als erfgenaam het deel dat u aan inkomsten erft, in de aangifte opgeven als inkomsten uit dienstbetrekking. Over deze
inkomsten betaalt u geen erfbelasting.

Let op!
Vermeld de jaaropgaaf van de overledene het salaris of een uitkering na het overlijden? Dan mag u dit nog aangeven als inkomsten van de overledene. U kunt er als erfgenaam ook voor kiezen om dat loon of die
uitkering aan te geven in uw eigen aangifte.

6.4.1 Eenmalige uitkering belastingvrij
In veel gevallen ontvangt u als erfgenaam een eenmalige uitkering van de werkgever van de overledene. Deze ‘driemaandsuitkering’ of een soortgelijke uitkering, is belastingvrij als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
— De uitkering is eenmalig.
— De uitkering is niet hoger dan drie keer het laatste maandloon van de werknemer (de overleden belastingplichtige).

6.5 De aftrek van specifieke zorgkosten
Bepaalde uitgaven in verband met het overlijden van uw fiscale partner of kinderen jonger dan 27 jaar, zijn soms aftrekbaar als specifieke zorgkosten. Ze zijn aftrekbaar als ze boven een bepaald minimumbedrag (de drempel) uitkomen. U kunt bijvoorbeeld, als uw partner ernstig ziek was, mogelijk de zorgkosten aftrekken. Wilt u weten welke zorgkosten
aftrekbaar zijn? Kijk dan op www.belastingdienst.nl of bel de BelastingTelefoon: 0800-0543.

6.6 Heffingskortingen
Door heffingskortingen hoeft u minder belasting en premies te betalen. Het hangt af van uw persoonlijke situatie welke heffingskortingen u kunt krijgen. Uw werkgever of uitkerende instantie houdt al rekening met een aantal heffingskortingen. Er zijn ook heffingskortingen die u zelf kunt aanvragen. U vraagt deze kortingen aan in de aangifte inkomstenbelasting.

Na het overlijden van een naaste kunnen uw heffingskortingen veranderen in de volgende situaties:
— Door het overlijden veranderen uw persoonlijke omstandigheden. Bijvoorbeeld: u was
getrouwd en u bent nu alleenstaand.
— U erft door het overlijden vermogen waarover u inkomstenbelasting moet betalen.
— De overledene was uw fiscale partner en u bent 65 jaar of ouder.
— Uw kind of kinderen zijn jonger dan 27 jaar.

Voorbeeld 1
U hebt kinderen die jonger zijn dan 27 en uw echtgenoot is overleden. U komt nu mogelijk in aanmerking voor de alleenstaande ouderkorting en eventueel de aanvullende alleenstaande ouderkorting.

Voorbeeld 2
U ontvangt na het overlijden van uw echtgenoot voor het eerst een inkomen of een uitkering. Dan hebt u maar een deel van het jaar een inkomen ontvangen. Vaak is er dan teruggaaf mogelijk van de te veel
ingehouden belasting.

6.7 Teruggaaf aanvragen
Als u geen aangiftebrief hebt ontvangen, kunt u zelf om teruggaaf vragen. Dit kan op de volgende manieren:
— met een T-formulier
— met de elektronische aangifte inkomstenbelasting

Een T-formulier bestelt u op www.belastingdienst.nl of vraagt u aan via de
BelastingTelefoon: 0800-0543. Het aangifteprogramma downloadt u op
www.belastingdienst.nl.

6.8 Meer informatie
Als u meer wilt weten over de mogelijke gevolgen van een overlijden voor uw eigen aangifte inkomstenbelasting, kijk dan op www.belastingdienst.nl of bel de BelastingTelefoon 0800-0543.

7 Erfbelasting
In dit hoofdstuk leest u:
— of u erfbelasting moet betalen (7.1)
— over welk bedrag u erfbelasting moet betalen (7.2)
— hoeveel erfbelasting u moet betalen (7.3)
In hoofdstuk 8 leest u hoe u aangifte erfbelasting doet en betaalt.

7.1 Moet u erfbelasting betalen?
In een aantal gevallen hoeft u geen erfbelasting te betalen als u een erfenis krijgt. Hierover leest u meer in 7.1.1. Het kan ook zijn dat u niet erft, maar toch iets krijgt als gevolg van een overlijden. Misschien moet u daarover erfbelasting betalen. U hebt dan te maken met een zogenoemde
fictieve verkrijging. Hierover leest u meer in 7.1.2.

7.1.1 Wanneer hoeft u geen erfbelasting te betalen?
In de volgende situaties hoeft u geen erfbelasting te betalen:
— De overledene woonde in het buitenland.
— Een erfgenaam overlijdt binnen 30 dagen nadat hij een erfenis heeft ontvangen.
— U ontvangt een nabestaandenpensioen.
— U ontvangt een uitkering AOW en ANW.
— U ontvangt een erfenis door morele verplichting van een werkgever.
— U ontvangt een eenmalige uitkering van de werkgever.
— Een algemeen nut beogende instelling (ANBI) ontvangt een erfenis.
— Een sociaal belang behartigende instelling (SBBI) ontvangt een erfenis.
Woonde de overledene in het buitenland? Als de overledene op het moment van overlijden meer dan tien jaar in het buitenland woonde, hoeft u in Nederland geen erfbelasting te betalen.

Erfgenaam overlijdt binnen 30 dagen
Heeft iemand iets geërfd, maar overlijdt hij zelf binnen 30 dagen nadat hij de erfenis heeft gekregen? Dan wordt de aanslag over de eerste erfenis vernietigd.

U ontvangt een nabestaandenpensioen
Als u als echtgenoot een nabestaandenpensioen ontvangt, hoeft u hierover geen erfbelasting te betalen. Het nabestaandenpensioen komt wel in mindering op de vrijstelling voor echtgenoten. Er blijft altijd een minimumbedrag van € 155.000 over.

U ontvangt uitkeringen AOW en ANW
Over de AOW- en ANW-uitkering hoeft geen erfbelasting te worden betaald.
U ontvangt een erfenis door morele verplichting Soms laat een werkgever (of zijn echtgenoot) iets na aan (een nabestaande van) een
werknemer, omdat die werknemer geen of weinig pensioen krijgt. Over zo’n erfenis hoeft u geen erfbelasting te betalen als de werkgever hiermee voldoet aan een morele verplichting.

U ontvangt een eenmalige uitkering
In veel gevallen ontvangt u als erfgenaam een eenmalige uitkering van de werkgever van de overledene. Deze ‘driemaandsuitkering’ of een soortgelijke uitkering, is belastingvrij als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
— De uitkering is eenmalig.
— De uitkering is niet hoger dan drie keer het laatste maandloon van de werknemer.

Een algemeen nut beogende instelling (ANBI) ontvangt een erfenis
ANBI staat voor: algemeen nut beogende instelling. Een ANBI is een kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele of wetenschappelijke instelling, of een instelling die op een andere manier bijdraagt aan het algemeen nut. Een ANBI hoeft geen erfbelasting te betalen over erfenissen die de ANBI ontvangt. Wilt u controleren of uw instelling is geregistreerd als ANBI? Dat kan met het programma ‘ANBI opzoeken’ op www.belastingdienst.nl.

Let op!
Er mag aan de erfenis of het legaat geen opdracht zijn verbonden.

Voorbeeld 1
De erfenis voor een instelling die is geregistreerd als ANBI, is € 10.000. Deze instelling betaalt geen erfbelasting.

Voorbeeld 2
Instelling A is geregistreerd als ANBI en ontvangt een erfenis van € 10.000. Hiervan moet instelling A € 5.000 geven aan instelling B, die ook is geregistreerd als ANBI. Instelling A en instelling B betalen allebei geen erfbelasting.

Voorbeeld 3
De erfenis voor een instelling die is geregistreerd als ANBI, is € 10.000. Hiervan moet de instelling € 5000 aan een neef van de overledene geven. De instelling mag dit bedrag aftrekken van haar erfenis. Over het deel dat door de instelling moet worden besteed voor het algemene nut hoeft geen erfbelasting te worden betaald. De neef betaalt erfbelasting over € 5.000.

Een sociaal belang behartigende instelling (SBBI) ontvangt een erfenis
Een sociaal belang behartigende instelling (SBBI) hoeft geen erfbelasting te betalen over erfenissen die ze krijgt. Een stichting of vereniging kan een sociaal belang behartigende instelling (SBBI) zijn als ze voldoet aan alle volgende voorwaarden:
— De stichting of vereniging streeft een sociaal belang na. Dit blijkt uit de statuten of
reglementen.
— De feitelijke werkzaamheden komen overeen met de doelstelling.
— De stichting of vereniging valt niet onder de winstbelasting of is daarvan vrijgesteld.
— De bestuursleden van de stichting of vereniging ontvangen alleen een
onkostenvergoeding.
— De stichting of vereniging is gevestigd in de Europese Unie, de Nederlandse Antillen, Aruba of een ander door ons aan te wijzen land.

7.1.2 Hebt u te maken met een fictieve verkrijging?
Het kan zijn dat u niet erft, maar dat u toch iets krijgt omdat iemand overleden is. Dit wordt een fictieve verkrijging genoemd. Ook dan moet u mogelijk erfbelasting betalen. Hieronder geven wij een aantal voorbeelden van fictieve verkrijging. Dit zijn de meest voorkomende situaties:
— Door het overlijden ontvangt u een uitkering van een levensverzekering.
— De overledene heeft u binnen 180 dagen voor zijn overlijden iets geschonken.
— De overledene heeft tijdens zijn leven zijn woning verkocht of geschonken en mocht toch zelf in deze woning blijven wonen. (Dit heet verkoop of schenking van het huis onder voorbehoud van het recht van gebruik en bewoning.)
— De overledene heeft andere vermogensbestanddelen, zoals effectenportefeuilles of spaartegoeden, verkocht of geschonken en mocht toch zelf de opbrengsten daarvan houden.
— De overledene heeft met iemand afgesproken dat bepaalde zaken na zijn overlijden kunnen worden gekocht voor een prijs die lager is dan de waarde op de dag van het overlijden. Het verschil tussen beide waardes is dan een fictieve verkrijging voor de koper.

Let op!
De laatste drie situaties gelden alleen voor de volgende erfgenamen:
– bloedverwanten tot en met de vierde graad
– echtgenoten van bloedverwanten tot met de vierde graad
– echtgenoot, geregistreerd partner of samenwonende partner

De graad van bloedverwantschap wordt bepaald door het aantal geboorten dat tussen de verwanten zit, te tellen. Dus een ouder en een kind zijn eerstegraads verwanten. Neven en nichten zijn vierdegraads verwanten van de overledene.

Voorbeeld verkoop van het huis onder voorbehoud van het recht van gebruik en bewoning
Twee ouders verkopen hun huis aan hun kinderen. Maar zij spreken af dat de ouders gratis in dit huis mogen blijven wonen. Na het overlijden van de ouders moeten de kinderen erfbelasting betalen over de waarde van het huis. De koopsom die de kinderen betaalden, plus 6% rente over de koopsom van de dag van betaling tot de dag van overlijden, mogen zij aftrekken van de waarde van het huis.

Geen fictieve verkrijging
In de volgende situaties is geen sprake van een fictieve verkrijging:
— de eenmalig verhoogde vrijstelling voor een schenking van een ouder aan een kind dat ouder is dan 18 jaar en jonger dan 35 jaar
— schenkingen of giften waarvan de schenkbelasting is kwijtgescholden. U kunt kwijtschelding aanvragen als u de hoogte van de schenkbelasting onbillijk vindt. U moet dan een beroep doen op de hardheidsclausule.
Meer informatie over vrijstellingen vindt u in de brochure Belasting en schenken. Deze downloadt u op www.belastingdienst.nl. Voor meer informatie of het opvragen van de brochure kunt u ook contact opnemen met de BelastingTelefoon: 0800-0543.

7.2 Over welk bedrag moet u erfbelasting betalen?
Over welk bedrag u erfbelasting moet betalen, hangt af van de antwoorden op de volgende vragen:
— Wat is de waarde van de erfenis? (7.2.1)
— Heeft de overledene bepaald dat schenkingen moeten worden ingebracht? (7.2.2)
— Eisen een of meer erfgenamen hun wettelijk erfdeel op? (7.2.3)
— Liet de overledene schulden na? (7.2.4)
— Wat waren de begrafenis- of crematiekosten? (7.2.5)
— Ontvangt u of een andere erfgenaam een legaat? (7.2.6)
— Verplicht de erfenis u iets te doen, laten, geven of besteden? (7.2.7)
— Wat is de nettowaarde van de erfenis? (7.2.8)
— Was de overledene getrouwd? (7.2.9)
— Hebt u recht op een (bijzondere) vrijstelling? (7.2.10)

7.2.1 Wat is de waarde van de erfenis?
Een erfenis bestaat meestal niet alleen uit geld. Daarom is de waarde van de erfenis vaak niet zonder meer vast te stellen. De waarde kan op de volgende manieren worden vastgesteld:

1. Bepaal eerst de waarde van de geërfde zaken (bezittingen). Dit is het bedrag dat deze zaken opbrengen als ze op de dag van het overlijden aan de meest biedende zouden zijn verkocht.
2. Bepaal de nettowaarde van de erfenis. Dit is de waarde van de geërfde bezittingen min de waarde van de schulden en de lasten. In deze paragraaf leest u hoe u de waarde van de bezittingen kunt bepalen. In 7.2.4 leest u
meer over schulden, in 7.2.7 meer over lasten en in 7.2.8 meer over de nettowaarde van de erfenis.

Waardebepaling door taxatie
U kunt de waarde van zaken laten taxeren. Taxatie is verplicht in de volgende gevallen:
— als een erfgenaam minderjarig is
— als een erfgenaam onder curatele is gesteld
— als een erfgenaam niet het vrije beheer over zijn bezittingen heeft

Een gemachtigde of de notaris geeft opdracht voor de taxatie aan een of meer deskundigen. De deskundigen worden in overleg met de erfgenamen gekozen of soms door de kantonrechter aangewezen. De taxatiekosten zijn voor rekening van de erfgenamen samen en mogen niet uit de erfenis worden betaald.

Bindende afspraken over waarde bepaalde zaken
Over de waarde van bepaalde zaken kan met de Belastingdienst een bindende afspraak worden gemaakt. Zo’n vaststellingsovereenkomst kan worden gesloten over:
— onroerende zaken
— schepen
— incourante effecten
— roerende zaken waarvan de waardebepaling moeilijkheden oplevert, zoals kunstvoorwerpen, machines en verzamelingen Als de erfgenamen van plan zijn de onroerende zaak te verkopen, kan geen vaststellingsovereenkomst worden gesloten met de Belastingdienst. Voor meer informatie over vaststellingsovereenkomsten kunt u bellen met de BelastingTelefoon: 0800-0543.

Eigen woning
De waarde van de eigen woning, die het eigendom was van de overledene, is de WOZwaarde. Deze waarde vindt u in de WOZ-beschikking van de gemeente in het jaar van overlijden.

Effecten
De waarde van effecten die op de beurs zijn genoteerd, is de waarde die wordt opgegeven in de officiële prijscourant van de dag voor de datum van het overlijden. Als effecten niet in de prijscourant voorkomen, is de waarde van deze effecten het bedrag dat zij opbrengen als ze op de dag van het overlijden aan de meest biedende zouden zijn verkocht.

Speciale waarderingsregels
Voor bepaalde bezittingen uit de erfenis gelden speciale waarderingsregels. Voorbeelden zijn:
— een onderneming
— vermogen belast met een vruchtgebruik
— vruchtgebruik van een bepaalde zaak

Voorbeeld 1 Vruchtgebruik woning
Iemand heeft vruchtgebruik van iets als hij er niet de eigenaar van is, maar er wel gebruik van mag maken of van de opbrengsten (‘vruchten’) ervan. Stel, u hebt het vruchtgebruik van een woning. Dan mag u in deze woning wonen, zonder dat u daar een vergoeding voor hoeft te betalen aan de eigenaar. U mag de woning verhuren en het huurgeld zelf houden.

Voorbeeld 2 Vruchtgebruik aandelen
U kunt bijvoorbeeld ook vruchtgebruik van aandelen hebben. Dan mag u gebruikmaken van de winst die die aandelen opleveren. Voor meer informatie over speciale waarderingsregels kunt u bellen met de BelastingTelefoon: 0800-0543.

7.2.2 Heeft de overledene bepaald dat schenkingen moeten worden ingebracht?
Het kan zijn dat schenkingen moeten worden ingebracht. ‘Inbrengen’ betekent dat de waarde van deze schenkingen wordt opgeteld bij de waarde van de erfenis. Schenkingen moeten worden ingebracht als de overledene dit heeft bepaald bij een schenking of in het testament. Na het inbrengen van de schenkingen vindt de verdeling van de erfenis plaats.

7.2.3 Doen een of meer erfgenamen een beroep op hun wettelijk erfdeel?
Als er een testament is gemaakt, kunnen kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen een beroep doen op hun wettelijk erfdeel. (Dit wordt ook wel legitieme portie genoemd). Ook kan in het testament aangegeven zijn dat de kinderen alleen hun wettelijke erfdeel krijgen. Dit alles kan de verdeling van de erfenis beïnvloeden. Meer over het wettelijk erfdeel leest u in 3.1.1.

7.2.4 Laat de overledene schulden na?
Een schuld van de overledene kan bijvoorbeeld een (hypothecaire) lening zijn. Verder zijn ook nog niet betaalde belastingen schulden. Dit is ook het geval als de overledene hiervoor nog geen aanslag had ontvangen.

Erfenis verwerpen of onder voorbehoud aanvaarden
Door hoge schulden van de overledene kan de erfenis financieel nadelig uitpakken voor de erfgenamen. Als u geen nadeel wilt ondervinden, kunt u de erfenis samen met de andere erfgenamen verwerpen. Als u nog niet zeker weet of de erfenis financieel nadeel oplevert, kunt u de erfenis onder voorbehoud aanvaarden. Dit heet ook wel ‘beneficiair aanvaarden’. U blijft wel erfgenaam, maar kunt niet worden aangesproken voor meer schulden dan dat er opbrengsten zijn.

Let op!
Het verwerpen of beneficiair aanvaarden van de erfenis doet u bij de griffie van de rechtbank. Hiervoor gelden speciale regels. Daarom moet u in beide gevallen contact opnemen met een notaris.

7.2.5 Wat waren de begrafenis- of crematiekosten?
U mag begrafenis- of crematiekosten van de erfenis aftrekken. De begrafenisof crematiekosten moet u verminderen met ontvangen uitkeringen van de uitvaartverzekeringen.

7.2.6 Ontvangt u of een andere erfgenaam een legaat?
Een testament of codicil kan legaten bevatten. In een legaat wordt een persoon aangewezen die bepaalde zaken of een bepaald bedrag in geld erft. De erfgenamen zijn verplicht hem dit te geven. De waarde van legaten wordt van de erfenis afgetrokken, voordat die wordt verdeeld onder de erfgenamen. Als u een legaat ontvangt, moet u over dit legaat erfbelasting betalen als de waarde uitkomt boven de vrijstelling die voor u geldt (zie tabel A in 7.3.3).

7.2.7 Verplicht de erfenis u iets te doen, laten, geven of besteden?
Soms brengt een erfenis lasten met zich mee. Onder lasten wordt verstaan dat u door het testament een verplichting krijgt:
— De erflater verplicht u om iets te doen. (Bijvoorbeeld het verzorgen van de graven van de familie van de overledene of het verzorgen van zijn huisdier.)
— De erflater verplicht u om iets niet te doen. (Bijvoorbeeld een openstaande schuld van een goede vriend niet terugvragen.)
— De erflater verplicht u iets te geven. (Bijvoorbeeld een bepaald boek aan een derde afstaan.)
— De erflater verplicht u een deel van de erfenis op een bepaalde manier te besteden. (Bijvoorbeeld een bepaald bedrag geven aan een goed doel.)

Als u uw verplichting nakomt, terwijl deze in het voordeel is van een ander, dan mag u het bedrag van het voordeel aftrekken van uw erfenis. De andere persoon die het voordeel heeft, moet over het voordeel erfbelasting betalen. Als er geen voordeel is voor de ander, dan kunt
u de last ook niet van de erfenis aftrekken.

Voorbeeld 1
U erft een schilderij. De overledene heeft vastgelegd dat u daarvoor wel een bedrag aan een bepaalde persoon moet betalen. De waarde van het schilderij is hoger dan het bedrag dat u ervoor betaalt. Het verschil tussen de waarde van het schilderij en het betaalde bedrag is het nettobedrag waarover u erfbelasting betaalt. De persoon aan wie u een bedrag moest betalen, betaalt erfbelasting over dat bedrag.

Voorbeeld 2
De overledene laat een geldbedrag na en bepaalt dat u het bedrag moet besteden aan de opvang van zwerfkatten. Deze last is niet in uw voordeel of dat van iemand anders. In dit geval mag u het bedrag niet van uw erfenis aftrekken.

7.2.8 Wat is de nettowaarde van de erfenis?
De nettowaarde van de erfenis is het bedrag dat u overhoudt, nadat de waarde van de schulden (7.2.4) en de lasten (7.2.7) van (uw deel van) de erfenis is afgetrokken. Dit wordt in juridische termen ook wel de nettoverkrijging genoemd.
7.2.9 Was de overledene getrouwd?
Als de overledene in gemeenschap van goederen was getrouwd en er is geen testament, dan
is de helft van het gemeenschappelijke bezit het bezit van de langstlevende echtgenoot. Van de andere helft van dat bezit erven de langstlevende echtgenoot en kinderen ieder een even groot deel.

Let op!
Echtgenoten en geregistreerde partners kunnen afspraken maken over huwelijkse of partnerschapsvoorwaarden. Ze kunnen bijvoorbeeld afspreken dat er geen gemeenschappelijk vermogen zal bestaan. Dan blijven de bezittingen van een echtgenoot of geregistreerd partner zijn privé-eigendom. Als de echtgenoten of geregistreerd partners geen afspraken maken over huwelijkse of partnerschapsvoorwaarden, worden de bezittingen van de echtgenoten of de geregistreerde partners gemeenschappelijk eigendom.

Voorbeeld 1
Een man die in gemeenschap van goederen is getrouwd, overlijdt. Hij laat zijn vrouw en drie kinderen achter. Alles wat hij met zijn vrouw bezat, was van hen samen. Zijn erfenis bestaat dus uit de helft van het gemeenschappelijke bezit van beide. De andere helft is van de vrouw. Zijn vrouw en kinderen erven ieder 1/4 deel van het bezit van de man (dat is dus 1/8 deel van het gemeenschappelijke bezit).

Voorbeeld 2
Een man die onder huwelijkse voorwaarden, buiten iedere gemeenschap van goederen is getrouwd, overlijdt zonder dat hij een testament heeft gemaakt. Hij laat zijn vrouw en drie kinderen achter. Zijn erfenis bestaat uit zijn privébezit. Ieder krijgt hier 1/4 deel van. Als de overledene onder bepaalde huwelijkse voorwaarden was getrouwd, dan had hij naast privébezit ook gemeenschappelijk bezit met zijn echtgenoot (zie voorbeeld 3).

Voorbeeld 3
Een man die onder bepaalde huwelijkse voorwaarden is getrouwd, overlijdt zonder testament. Hij laat zijn vrouw en drie kinderen achter. Zijn erfenis bestaat uit zijn privé-bezit en de helft van het gemeenschappelijke bezit van hem en zijn vrouw. De vrouw en kinderen krijgen ieder 1/4 deel van zijn privé-bezit en 1/8 deel van het gemeenschappelijke bezit. De helft van het gemeenschappelijke bezit was immers al van zijn vrouw.

Let op!
Mogelijk heeft de overledene eerder een erfenis of schenking ontvangen waarbij is bepaald dat deze privébezit blijft. Deze erfenis of schenking wordt dan als privébezit beschouwd, ook al is de overledene in gemeenschap van goederen getrouwd.

7.2.10 Hebt u recht op vrijstelling?
Een vrijstelling betekent dat u over een bepaald bedrag geen erfbelasting hoeft te betalen. Hoe groot deze vrijstelling is, is afhankelijk van uw relatie met de overledene. Zie tabel A in 7.3.3.

7.3 Hoeveel erfbelasting moet u betalen?
Nadat u bent nagegaan waarover u belasting moet betalen (de waarde van uw erfenis min de lasten en vrijstellingen), kunt u bepalen hoeveel erfbelasting u moet betalen. U kunt daarvoor gebruikmaken van de wegwijzer en tabellen in dit hoofdstuk.

Als u wilt weten hoeveel erfbelasting u moet betalen, kunt u de ‘rekenhulp erfbelasting’ gebruiken op www.belastingdienst.nl. Vul de waarde van de erfenis en uw relatie met de overledene in. De rekenhulp rekent dan voor u uit hoeveel erfbelasting u betaalt.

In 7.3 komt u de volgende termen tegen:
Eigen kinderen
Voor de erfbelasting zijn eigen kinderen:
— kinderen die zijn geboren uit het huwelijk van de beide ouders
— kinderen uit een vorig huwelijk van de echtgenoot
— kinderen van een ongetrouwde moeder
— kinderen die door de vader wettelijk zijn erkend
— gewettigde en geadopteerde kinderen

Pleegkinderen
Voor de erfbelasting zijn pleegkinderen; kinderen die vóór hun eenentwintigste verjaardag minimaal vijf jaar (nagenoeg) alleen door een pleegouder zijn onderhouden en opgevoed. Ook is een kind een pleegkind als het in die periode is onderhouden en opgevoed door een pleegouder samen met de echtgenoot of met één persoon die met de pleegouder
samenwoont. Is een pleegkind voor zijn 21ste getrouwd? Dan moet hij voor de datum van het huwelijk minimaal vijf jaar (nagenoeg) alleen door een pleegouder zijn onderhouden en opgevoed.

Aanverwanten
Mensen die via een huwelijk of geregistreerd partnerschap familie van de erflater zijn (zoals stiefkinderen, schoondochters, zwagers enzovoort) zijn geen bloedverwanten. Zij zijn aanverwanten en kunnen alleen van de overledene erven als zij in een testament benoemd worden.

Let op!
Daarnaast worden de kinderen van uw partner, uw stiefkinderen, voor de berekening van erfbelasting gelijk belast alsof het uw eigen kinderen waren. Zij moeten dan wel als erfgenaam in het testament zijn opgenomen. Zonder testament erven zij niet.

Partners
Partners voor de erfbelasting worden gezien als één persoon (of als één belastingplichtige). Als beide partners een erfenis krijgen, worden zij voor de berekening van de erfbelasting beschouwd als één persoon.

Let op!
Het begrip partners is voor de erfbelasting anders dan in het Burgerlijk Wetboek. Is er geen testament, dan erven alleen de echtgenoot of geregistreerd partner. Samenwonende partners erven in dat geval niets.
De Belastingdienst ziet de volgende mensen als partners voor de erfbelasting:
— mensen die getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben en niet duurzaam gescheiden leven
— stellen die samenwonen
— familieleden waarvan de een mantelzorg verleent voor de ander

Samenwonenden
Samenwonenden zijn partners voor de erfbelasting als ze aan de volgende voorwaarden voldoen:
— Ze hebben na de achttiende verjaardag van de jongste partner minstens een half jaar een gezamenlijke huishouding gevoerd op één adres.
— Ze staan allebei minimaal een half jaar op dat adres ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente of een vergelijkbare administratie buiten Nederland.
— Ze hebben een door een notaris opgemaakt samenlevingscontract met een zorgverplichting.
— Ze zijn geen bloedverwanten in de rechte lijn. Bloedverwanten in de rechte lijn zijn bijvoorbeeld grootouders, ouders, kinderen en kleinkinderen.

Samenwonenden zijn ook partners voor de erfbelasting als ze aan de volgende voorwaarden voldoen:
— Ze hebben na de achttiende verjaardag van de jongste partner minstens vijf jaar een gezamenlijke huishouding gevoerd op één adres.
— Ze staan allebei minimaal vijf jaar op dat adres ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente of een vergelijkbare administratie buiten Nederland.
— Ze zijn geen bloedverwanten in de rechte lijn. Bloedverwanten in de rechte lijn zijn bijvoorbeeld grootouders, ouders, kinderen en kleinkinderen.

Aantonen gemeenschappelijke huishouding
Wij kunnen u vragen aan te tonen dat u tot het overlijden een gemeenschappelijke huishouding voerde met de overledene. Het blijft een gemeenschappelijk huishouding als het samenleven is verbroken door oorzaken die buiten de eigen wil liggen. Als voorbeelden hiervan zijn te noemen:
— Langdurig verblijf in een ziekenhuis (bijvoorbeeld door een ongeluk of ernstige ziekte).
— Opname van een van de partners door ziekte in een zorg- of verpleeginstelling.

De gemeenschappelijke huishouding mag alleen met deze partner en niet met een ander die als partner kan worden beschouwd, zijn gevoerd. Als u hier meer over wilt weten, kunt u contact opnemen met de BelastingTelefoon: 0800-0543.

Overgangsrecht notarieel samenlevingscontract
Voor de samenwoners waarvoor met ingang van 1 januari 2010 een vereiste bestaat voor een notarieel samenlevingscontract is een overgangsmaatregel opgenomen. Door de wijzigingen van het begrip partner moeten zij met ingang van 1 januari 2010 een notarieel samenlevingscontract met wederzijdse zorgverplichting hebben. In het
overgangsrecht is bepaald dat de ingangsdatum voor de vereiste notariële akte verschoven is naar 1 januari 2012. Met betrekking tot de samenlevingscontracten die zijn afgesloten voor 1 januari 2012, wordt geacht te zijn voldaan aan de zesmaandenperiode voor het overlijden.

Mantelzorgers
Familieleden waarvan de een mantelzorg verleent aan de ander, zijn partners voor de erfbelasting als ze aan de volgende voorwaarden voldoen:
— De mantelzorger heeft een mantelzorgcompliment ontvangen in het kalenderjaar voor het jaar van overlijden. Een mantelzorgcompliment is een uitkering zoals bedoeld in artikel 19a van de Wet maatschappelijke ondersteuning.
— Zij zijn bloedverwanten in de eerste graad.
— Ze hebben na de achttiende verjaardag van de jongste partner minstens een half jaar een gezamenlijke huishouding gevoerd op één adres.
— Ze staan allebei minimaal een half jaar op dat adres ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente of een vergelijkbare administratie buiten Nederland.
— Ze hebben een door een notaris opgemaakt samenlevingscontract met een zorgverplichting. Familieleden waarvan de een mantelzorg verleent aan de ander, zijn ook partners voor de erfbelasting als ze aan de volgende voorwaarden voldoen:
— De mantelzorger heeft een mantelzorgcompliment ontvangen in het kalenderjaar voor het jaar van overlijden. Een mantelzorgcompliment is een uitkering zoals bedoeld in artikel 19a van de Wet maatschappelijke ondersteuning.
— Zij zijn bloedverwanten in de eerste graad.
— Ze hebben na de achttiende verjaardag van de jongste partner minstens vijf jaar een gezamenlijke huishouding gevoerd op één adres.
— Ze staan allebei minimaal vijf jaar op dat adres ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente of een vergelijkbare administratie buiten Nederland.

Let op!
Als een mantelzorger samenwoont met beide ouders, dan zijn de ouders elkaars partner en niet de partner van de mantelzorger.

Aantonen gemeenschappelijke huishouding
Wij kunnen u vragen aan te tonen dat u tot het overlijden een gemeenschappelijke huishouding voerde met de overledene. Het blijft een gemeenschappelijk huishouding als het samenleven is verbroken door oorzaken die buiten de eigen wil liggen. Als voorbeelden hiervan zijn te noemen:
— Langdurig verblijf in een ziekenhuis (bijvoorbeeld door een ongeluk of ernstige ziekte).
— Opname van een van de partners door ziekte in een zorg- of verpleeginstelling.
De gemeenschappelijke huishouding mag alleen met deze partner en niet met een ander die als partner kan worden beschouwd, zijn gevoerd. Als u hier meer over wilt weten, kunt u contact opnemen met de BelastingTelefoon: 0800-0543.

Overgangsrecht notarieel samenlevingscontract
Voor de samenwoners waarvoor met ingang van 1 januari 2010 een vereiste bestaat voor een notarieel samenlevingscontract is een overgangsmaatregel opgenomen. Door de wijzigingen van het begrip partner moeten zij met ingang van 1 januari 2010 een notarieel samenlevingscontract met wederzijdse zorgverplichting hebben. In het
overgangsrecht is bepaald dat de ingangsdatum voor de vereiste notariële akte verschoven is naar 1 januari 2012. Met betrekking tot de samenlevingscontracten die zijn afgesloten voor 1 januari 2012, wordt geacht te zijn voldaan aan de zesmaandenperiode voor het overlijden.

7.3.2 Wegwijzer tariefgroepen
De witte cijfers verwijzen naar de opmerkingen onder de wegwijzer.
Met deze wegwijzer kunt u nagaan in welke tariefgroep u valt. Opmerkingen bij wegwijzer tariefgroepen
1. Een vrijstelling houdt in dat over het genoemde bedrag geen erfbelasting betaald hoeft te worden. Als uw erfenis hoger is dan het bedrag van de vrijstelling, trekt u het bedrag van de vrijstelling af van uw erfenis. Over de rest betaalt u erfbelasting. De erfenissen van partners worden gezien als één erfenis. De erfenissen worden opgeteld en over het totaal wordt de vrijstelling toegepast en de erfbelasting berekend.

2. U betaalt erfbelasting over het deel van de erfenis dat boven de vrijstelling uitkomt. Als u als partner door het overlijden een nabestaandenpensioen ontvangt, hoeft u over dat pensioen geen erfbelasting te betalen. Uw vrijstelling wordt echter verminderd met de
helft van de totale waarde van uw pensioen. Uw vrijstelling kan nooit lager worden dan € 155.000. Dit geldt ook voor periodieke uitkeringen en lijfrente waarvan de stortingen en premies aftrekbaar waren voor de inkomstenbelasting.
3. De tarieven van de verschillende tariefgroepen vindt u in tabel B in 7.3.4.

4. Meer informatie over de vrijstelling van erfbelasting voor algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s) en sociaal belang behartigende instellingen (SBBI’s) vindt u in 7.2.10.

7.3.3 Tabel A: Vrijstellingen voor de erfbelasting 2010
Partners € 600.000 Kinderen en kleinkinderen € 19.000 Overige erfgenamen € 2.000 Ouders € 45.000 Gehandicapte kinderen € 57.000

7.3.4 Tabel B: Tarieven voor erfbelasting 2010
Het tarief is zo opgebouwd dat u per deel van de belaste erfenis een bepaald percentage aan erfbelasting betaalt. Het tarief is afhankelijk van de hoogte van de erfenis en de relatie tussen erfgenaam en overledene.

8 Aangifte erfbelasting en betalen
Als erfgenaam van een overledene ontvangt u een aangifteformulier erfbelasting als wij verwachten dat u deze belasting moet betalen.

8.1 Wie ontvangt het aangifteformulier?
Wij sturen het aangifteformulier naar de persoon die volgens onze gegevens contactpersoon is voor de erfbelasting over de erfenis van de overledene. Na een overlijden sturen wij een condoleancebrief naar de persoon die het overlijden heeft gemeld bij de gemeente. Daarin vragen wij met een antwoordkaart aan te geven wie de contactpersoon wil zijn
voor de erfbelasting over de erfenis. Alle post over de erfbelasting gaat vervolgens naar deze contactpersoon. Als wij de antwoordkaart niet terugkrijgen, sturen wij de post over de erfbelasting naar de geadresseerde van de condoleancebrief.

8.2 Wie moet aangifte doen?
Alle erfgenamen moeten aangifte erfbelasting doen. Erfgenamen zijn personen of instellingen die als gevolg van het overlijden iets krijgen uit de erfenis van de overledene. Hiermee bedoelen we ook personen of instellingen die een legaat krijgen.
Let op!
Heeft de overledene geen testament gemaakt? En had hij een echtgenoot of geregistreerd partner en kinderen? Dan gaat de hele erfenis naar de langstlevende partner. De kinderen krijgen hun deel van de erfenis nog niet. Maar zij moeten wel aangifte doen.

8.2.1 Contactpersoon hoeft aangifteformulier niet zelf in te vullen
De contactpersoon die het aangifteformulier erfbelasting heeft ontvangen, hoeft dit formulier niet zelf in te vullen. Dit kan hij door iemand anders laten doen, bijvoorbeeld een familielid of een notaris.

8.3 Hoe doen de erfgenamen aangifte?
De erfgenamen doen aangifte door het aangifteformulier in te vullen, te ondertekenen en op tijd terug te sturen. Zij kunnen één persoon aanwijzen die aangifte doet voor alle erfgenamen. Een erfgenaam kan ook alleen voor zichzelf aangifte doen. Of sommige erfgenamen kunnen samen aangifte doen en anderen alleen voor zichzelf.

8.3.1 Aangifte op tijd terugsturen
Het aangifteformulier erfbelasting moet vóór de inleverdatum bij ons binnen zijn. De inleverdatum staat rechts boven aan het losse voorblad bij het aangifteformulier erfbelasting. Als het aangifteformulier niet op tijd bij ons terug is, schatten wij zelf hoeveel erfbelasting de erfgenamen moeten betalen. Wij sturen dan een aanslag voor het bedrag dat wij hebben
geschat. Mogelijk moeten zij dan ook een boete betalen.

8.3.2 Uitstel aanvragen
Lukt het de erfgenamen niet om het aangifteformulier op tijd terug te sturen? Dan unnen zij uitstel aanvragen bij het belastingkantoor dat de aangifte behandelt. Welk belastingkantoor dat is, staat links boven aan het losse voorblad bij het aangifteformulier erfbelasting.
In het verzoek om uitstel vermeldt u de volgende gegevens:
— wie vermoedelijk erfbelasting moeten betalen
— het bedrag waarover zij vermoedelijk erfbelasting moeten betalen
— wat hun relatie met de overledene is
— tot wanneer u uitstel wilt

8.4 Erfbelasting betalen
Nadat wij de aangifte erfbelasting hebben ontvangen, berekenen wij of de erfgenamen erfbelasting moeten betalen en hoeveel. Als de erfgenamen erfbelasting moeten betalen, sturen wij daarvoor een aanslag. Er zijn twee mogelijkheden:
— De contactpersoon betaalt het totale bedrag van de erfbelasting.
— Iedere erfgenaam betaalt voor zichzelf de erfbelasting.
Op het aangifteformulier kunnen de erfgenamen aangeven voor welke mogelijkheid zij kiezen.

8.4.1 Heffingsrente
Misschien moet u geld aan de Belastingdienst betalen of krijgt u nog geld van de Belastingdienst. In de tijd dat dit geld nog niet is betaald, ontvangt degene die er recht op heeft, geen rente. Daarom rekenen wij heffingsrente. Dit werkt twee kanten op. Als de Belastingdienst geld van u tegoed heeft, dan moet u daar rente over betalen. Hebt u geld tegoed van de Belastingdienst, dan betalen wij u daar rente over. Heffingsrente is géén
boete. Als de erfgenamen erfbelasting moeten betalen, berekenen wij heffingsrente vanaf acht maanden na de dag van overlijden. U betaalt rente over het bedrag dat u nog niet betaald hebt. Wilt u voorkomen dat de erfgenamen veel heffingsrente moeten betalen? Vraag dan een voorlopige aanslag aan, daarmee vermindert u de hoogte van de heffingsrente.

8.5 Voorlopige aanslag aanvragen
Wilt u een voorlopige aanslag aanvragen? Stuur dan een brief naar het belastingkantoor dat de aangifte behandelt. Geef in deze brief aan:
— wie vermoedelijk erfbelasting moeten betalen
— het bedrag waarover zij vermoedelijk erfbelasting moeten betalen
— wat hun relatie met de overledene is
Vraagt u een voorlopige aanslag aan omdat u wilt voorkomen dat de erfgenamen heffingsrente moeten betalen? Zorg dan dat uw brief vóór de inleverdatum van de aangifte erfbelasting bij ons binnen is.

8.6 Navorderingsaanslag
Wanneer wij ontdekken of vermoeden dat de aanslag te laag was, kunnen wij binnen 5 jaar na het overlijden een navorderingsaanslag opleggen. Deze periode wordt verlengd als u uitstel heeft gekregen voor het doen van aangifte. Bij de navorderingsaanslag kunt u ook een boete krijgen. Tegen een navorderingsaanslag kunt u bezwaar maken.

8.7 Bezwaar en beroep
Als u het niet eens bent met de aanslag of navorderingsaanslag, kunt u binnen zes weken bij ons bezwaar maken. Als wij dat bezwaar afwijzen, kunt u in beroep gaan bij de rechtbank. Daarna kunt u in hoger beroep gaan bij het gerechtshof.

8.8 Verzoek om vermindering
U kunt om vermindering van erfbelasting vragen als zich een nieuwe situatie voordoet. Dit kan bijvoorbeeld als iemand, nadat u de aangifte hebt gedaan, beroep heeft gedaan op zijn wettelijk erfdeel. Bij zo’n nieuwe situatie moet u aangifte doen van deze wijziging.

Let op!
Een vermindering van de erfenis van de ene erfgenaam kan ervoor zorgen dat een andere erfgenaam meer krijgt. Die andere erfgenaam moet dan ook (opnieuw) aangifte doen. Als blijkt dat hij of zij meer erfbelasting moet betalen, dan sturen wij een navorderingsaanslag.

8.9 Betalingsregeling of kwijtschelding bij bedrijfsopvolging
Als u ondernemingsvermogen heeft geërfd, kunt u onder voorwaarden bij uw aangifte vragen om toepassing van een speciale betalingsregeling of verlening van kwijtschelding. Meer informatie kunt u vinden in de folder Erf- en schenkbelasting en de bedrijfsopvolgingsregeling. Deze folder kunt u downloaden op www.belastingdienst.nl of opvragen bij de BelastingTelefoon: 0800-0543.

8.10 Regeling bij kunstvoorwerpen
In bijzondere gevallen en onder voorwaarden kunt u met de Belastingdienst of het Ministerie van Financiën een regeling treffen waarbij de erfbelasting wordt betaald met kunstvoorwerpen uit de erfenis. Meer informatie over het betalen van erfbelasting bij kunstvoorwerpen vindt u in de folder Kunst uit een erfenis. Deze folder kunt u downloaden op www.belastingdienst.nl of opvragen bij de BelastingTelefoon: 0800-0543.

9 Meer informatie?
Deze brochure geeft u algemene informatie over belasting na overlijden. Hebt u na het lezen hiervan nog vragen? Informatie over de erfbelasting vindt u op www.belastingdienst.nl. Of bel met de BelastingTelefoon: 0800-0543, bereikbaar van maandag tot en met donderdag van 8.00 tot 20.00 uur en op vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur. Bij het Centraal Testamentenregister kunt u informeren of de overledene een testament
heeft gemaakt. U vindt het register op www.centraaltestamentenregister.nl.

Hebt u vragen over een aanvraag bij het register, dan kunt u bellen met: 0900-114 4 114 (€ 0,25 per
minuut) op maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 12.00 en 13.30 tot 16.00 uur.

Voor vragen over notariële zaken, zoals het opstellen van een testament of vragen over erven,
kijkt u op www.notaris.nl. Of u belt met de Notaristelefoon: 0900-346 93 93 (€ 0,25 per
minuut) op maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 14.00 uur. U kunt met uw vragen ook terecht bij een notaris.

Meer informatie over het erfrecht kunt u vinden in de brochure Voor het leven geregeld. Deze brochure is gratis verkrijgbaar bij Postbus 51. U kunt de brochure downloaden op www.postbus51.nl of de Postbus 51 infolijn bellen: 0800-8051, bereikbaar van maandag tot
en met vrijdag van 9.00 tot 21.00 uur.

Dit is een uitgave van:
Belastingdienst
januari 2010

Belastingaangifte

ab2lbkraVergeet niet om na afloop van een kalenderjaar een belastingformulier in te vullen. Dit is nodig omdat je tijdens ziekte veel extra kosten maakt. Deze kosten kunnen worden afgetrokken van je belastbaar inkomen.

Deze mogelijkheid is voor iedereen interessant. Ook als je in een HUURHUIS woont kun je geld van de belastingdienst terug krijgen. Hier bestaan nogal eens misverstanden over.

Als je nog niet eerder een belastingformulier hebt ingevuld en bent al langere tijd ziek dan kun je dit alsnog doen over de voorgaande jaren.

————————————————————————————

Aftrek ziektekosten 2009
De belastingaftrek van ziektekosten is in 2009 veranderd. Dat kan voor u gevolgen hebben. Bepaalde kosten zijn niet meer aftrekbaar. Wel aftrekbaar onder bepaalde voorwaarden blijven de zogenoemde specifieke zorgkosten. Hieronder leest u welke kosten dit zijn, en hoe u de aftrek berekent.

De nieuwe regeling ‘aftrek specifieke zorgkosten’ vervangt vanaf 2009 de oude regeling ‘aftrek ziektekosten of andere buitengewone uitgaven’.

Aftrekbare specifieke zorgkosten 2009
Kosten voor een bezoek aan de huisarts of voor voorgeschreven medicijnen mag u nog aftrekken. Verder mag u uitgaven aftrekken voor:

  • genees- en heelkundige hulp
  • voorgeschreven medicijnen
  • hulpmiddelen, zoals steunzolen of een rolstoel
  • vervoer, zoals reiskosten naar een huisarts of ziekenhuis
  • een dieet
  • extra gezinshulp
  • extra kleding en beddengoed
  • reiskosten voor ziekenbezoek
  • Belasting terugkrijgen

Hebt u dit soort specifieke zorgkosten? U krijgt dan misschien geld terug en u komt misschien óók in aanmerking voor een extra tegemoetkoming.

Om belasting terug te krijgen, kunt u een voorlopige aanslag aanvragen. Hebt u al een voorlopige teruggaaf 2009 ontvangen? Deze moet misschien voor de aftrek specifieke zorgkosten worden aangepast. Hebt u dit al beoordeeld (en aangepast), dan hoeft u niks te doen. Hebt u dat nog niet gedaan? Doe dit dan alsnog met het programma voorlopige aanslag 2009. Reken eerst het bedrag van de specifieke zorgkosten uit voordat u het programma invult.

Let op!
Krijgt u een toeslag en had u voor 2008 recht op aftrek van ziektekosten of overige buitengewone uitgaven? Dan kan deze nieuwe regeling ook gevolgen hebben voor de toeslag die u van ons krijgt. Op www.toeslagen.nl leest u wat u in dat geval moet doen.

Voor meer specifieke informatie: Zie de helpinformatie bij het aangifteprogramma van de belastingdienst of vraag een adviseur naar uw mogelijkheden.

Bron: Belastingdienst

Compensatie eigen risico

9vrb96m6Vanaf 2008 heeft iedereen bij zijn zorgverzekering een eigen risico. Dit is een bedrag rond de € 160,00. Dit betekent dat je de eerste € 160,00 aan kosten voor zorg zelf moet betalen. Als je heel veel kosten hebt gehad kun je recht hebben op compensatie van het eigen risico.

Het CAK berekent en incasseert de eigen bijdragen voor Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en de Wmo. Het CAK is ook verantwoordelijk voor de financiering van de AWBZ-instellingen en het uitbetalen van de Compensatie eigen risico in de zorgverzekeringswet.

Ook verzorgt het CAK een tegemoetkoming van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten. Deze wet regelt dat chronisch zieken en gehandicapten een tegemoetkoming ontvangen voor de extra kosten die zij hebben.

Als je recht hebt op compensatie dan heb je van het CAK (Centraal Administratie Kantoor) een beschikking ontvangen waarop staat dat je geld terug krijgt.

Als je geen beschikking hebt ontvangen en wilt weten of je recht op de vergoeding hebt kun je kijken op de website van het CAK voor meer informatie.

Vakbond

w1a9fvsfVoor hulp bij problemen op het werk kun je ook terecht bij de bond. Ook hier geld dat je lid moet zijn om aanspraak op kosteloze hulp te maken. De vakbond geeft advies of verwijst je door naar een jurist als ze je zelf niet kunnen helpen.

Ikzelf adviseer iedereen om zich aan te sluiten bij een vakbond. Niet zozeer voor hulp bij problemen op de werkvloer maar meer om het werk wat zij verrichten.

Een grote vakbond heeft veel macht bij CAO onderhandelingen. Een CAO is een overeenkomst tussen werkgevers en werknemers waarin de wederzijdse rechten en plichten zijn vastgelegd. Bij zo’n overeenkomst gaat het dan vaak over betere arbeidsvoorwaarden zoal onder andere het loon, werktijden, pensioen, vakantiedagen enzovoorts. Hoe meer leden een vakbond heeft, hoe meer druk ze kunnen uitoefenen bij CAO onderhandelingen. Bij een door de vakbond georganiseerde staking zal het salaris van de stakende werknemer betaald worden uit de stakingskas van deze bond.

3yjw81psEr wordt vaak gezegd dat de contributie voor een vakbond veel geld kost. Gezien het werk dat zij verrichten vind ik dit reuze meevallen. Bovendien is er in verschillende CAO’s geregeld dat de belastingdienst een stukje mee betaalt aan de contributie. Het belastingvoordeel dat dit oplevert wordt dan 1 x per jaar verrekend met het salaris.

Rechtsbijstand verzekering

Het zou zomaar kunnen gebeuren dat je door je ziekte onverwacht in de problemen komt met je werkgever of één of andere instantie. In dat geval is het heel plezierig als je een rechtsbijstand verzekering hebt.

mk2f3nfcEen rechtsbijstand verzekering geeft je rechtshulp of advies bij allerlei voorkomende zaken. Als voorbeeld noem ik problemen op het werk, conflicten bij aanschaf van producten, burenruzie enzovoort. Stel dat je een advocaat nodig hebt bij een juridische zaak dan kunnen de kosten hiervoor behoorlijk oplopen. Tegen deze kosten ben je dan verzekerd.

Bij problemen is meestal één telefoontje naar de verzekeringsmaatschappij al genoeg om meteen advies te krijgen. Als het nodig is wordt je direct doorverwezen naar een jurist die gespecialiseerd is op het gebied waarin jouw probleem ligt. Door bemiddeling van een jurist wordt een rechtszaak vaak voorkomen en ontstaat er geen gestoorde werkverhouding. Als het wel tot een rechtzaak komt dan ontstaat er vaak een hele vervelende situatie waardoor het werk schade kan ondervinden. Je krijgt dan misschien wel gelijk maar het gevolg kan zijn dat je werkgever ontslag voor je gaat aanvragen op basis van verstoorde arbeidsverhouding. Meestal zal dit ontslag dan door het CWI goedgekeurd worden. Het ontslag kan ook via de rechter worden afgedwongen.
Of je nu ziek bent of niet, ik zal iedereen adviseren een rechtsbijstand verzekering af te sluiten. Bedenk dat er meestal een wachttijd is van 3 maanden voordat je aanspraak kunt maken op hulp. Deze verzekering afsluiten op het moment dat de problemen er al zijn heeft dus geen zin.

Mijn persoonlijke voorkeur bij arbeidsconflicten gaat meer uit naar hulp door de rechtsbijstand dan naar hulp door de vakbond. Ik heb het idee dat de bond eerder wil bemiddelen om zowel de werkgever als de werknemer tegemoet te komen. Een jurist van de rechtsbijstand zal ook bemiddelen maar met dit verschil dat voor jou persoonlijk de beste weg bewandeld wordt.

Hypotheekbescherming

Als je in het 1e ziektejaar 100% salaris uitbetaald hebt gekregen dan heb je in het 2e ziektejaar nog maar recht op 70% salaris. Zeker als je fulltime werkt is dit een behoorlijke aanslag op je portemonnee.

6yl7qhdpAls het 2e ziektejaar nadert wordt het dus tijd om je verzekeringspakket even na te kijken. Het zou kunnen dat je bij het afsluiten van de hypotheek een verzekering hebt afgesloten om ervoor te zorgen dat je te allen tijde je hypotheek kunt betalen. Ook bestaan er andere verzekeringen voor als er onverwachts iets gebeurd waardoor je minder inkomen hebt.

Denk bij minder inkomen bijvoorbeeld aan oorzaken als arbeidsongeschiktheid, werkeloosheid, ernstige aandoeningen of overlijden.

Er zijn heel veel verschillende voorwaarden waar je bij het afsluiten uit hebt kunnen kiezen. Kijk goed na wat voor voorwaarden er gelden. Bijvoorbeeld:

– Wanneer gaat de verzekering uitkeren?
Dus wat moet je mankeren en zijn er bepaalde ziektes uitgesloten.

– Wat is het eigen risico of wachttijd?
Dus na hoeveel tijd gaat de verzekering geld uitkeren?

– Wat is de termijn van uitbetaling?
Dus hoelang blijft de verzekering uitbetalen, is dit 1 jaar, 2 jaar of tot aan je pensioen?

Kijk je verzekeringenpakket goed na en weet waar je recht op heb.

Ook als je geen hypotheek hebt zou het best kunnen dat je een of andere kapitaalverzekering hebt afgesloten waarbij vermindering van inkomen is meeverzekerd.